is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/wangerschap eindigde, te gebruiken de gegevens van bl. 4(->, betrekking hebbende op het onderzoek van de levende vrouw. Deze, gevoegd bij het al of niet aanwezig zijn van een placenta-plaats op de binnenvlakte van de baarmoeder, van scheurtjes in het slijmvlies van het cervicaal kanaal, enz., laten toe dit tijdstip eenigszins te bepalen. Theoretisch zou het mogelijk moeten zijn om uit de afmetingen en uit het gewicht van de baarmoeder tot een nauwkeuriger tijdsbepaling te komen, doch practisch is dit niet het geval.

Dit komt, omdat de afmetingen en het gewicht van den puerperalen uterus niet alleen worden bepaald door het tijdstip, waartoe de graviditeit was gevorderd, toen zij werd afgebroken, doch ook omdat zij onder den invloed staan van verschillende factoren, welke wel bekend zijn, doch wier invloed zich niet met eenige zekerheid in cijfers laat uitdrukken. Als zoodanig noemen wij in de eerste plaats de puerperale ontstekingsprocessen met hun vertragenden invloed op de involutie, waardoor relatie! te hooge cijfers zullen worden gevonden. In de tweede plaats den tijd, verloopen sedert den partus. In de derde plaats den invloed van het verloop van de miskraam op de involutie, in zooverre zij langzamer geschiedt naar mate het langer duurde vóór dat achtergebleven stukken der eivliezen ot van de placenta zijn uitgestooten; waar de placenta of stukken ervan in de baarmoeder zijn achtergebleven, zijn de afmetingen grooter dan in leegen toestand. Ten slotte wordt het gewicht van het orgaan beïnvloed door den tijd sedert den dood en de maten door den toestand ervan op het oogenblik, dat de exitus optrad; atonie sub finem vitae maakt, dat de baarmoeder zeer groot (en slap) in het lijk wordt aangetroffen.

Alles en alles bij elkaar genomen, heeft men derhalve in de practijk zeer weinig houvast aan de resultaten van de lijkopening, ter nauwkeurige bepaling van het tijdstip, waarop de zwangerschap eindigde. Te minder, omdat de gemiddelden voor de afmetingen en voor het gewicht van de baarmoeder weinig nauwkeurig en slechts bekend zijn voor den allereersten tijd na een baring a terme.

Gemiddelden voor de grootte en voor liet gewicht van den puerperalen uterus in de verschillende zwangerschapsmaanden zijn niet gepubliceerd; wij hebben tevergeefs getracht ze te verzamelen uit de dooide verschillende schrijvers beschreven gevallen ('). Alleen kan men zeggen, dat de wanddikte van den puerperalen uterus in de 3%-e—4-e maand ongeveer 2 cM. is.

Wel kent men, en dit is niet van belang ontbloot, de gemiddelden voor de niet-zwangere baarmoeder bij volwassen meisjes, bij vrouwen, die

(i) De cijfers door Habehda (1. c., bl. 899) hiervoor opgegeven en ontleend aan Waldeyer (189!)), hebben, in tegenstelling niet hetgeen li\j zegt, betrekking op <ie zwangere (gevulde) baarmoeder en niet op de puerperale (leege). Zij zijn derhalve voor het doel, waarom het hier gaat, niet te gebruiken.