is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B\j dood door embolie in puerperio zal liet in hot algemeen evenmin moeilijk zijn liet oorzakelijk verband tusschen den partus en den dood aan te toonen, omdat de embolus zal blijken afkomstig te zijn van een bekkenvena-tlirombose, welke is te vervolgen tot in de onmiddellijke nabijheid van de baarmoeder, welke min of meer de teekenen van den status puerperalis en van acute (mikrobiaire) endometritis vertoont ('), terwijl, indien de thrombus afkomstig was van een kraambeen, uit de verhooren zal blijken, dat dit ontstond in aansluiting aan den partus en men parametraan nog afwijkingen zal vinden, welke zijn ontstaan begrijpelijk maken.

Nog op een andere groep van doodsoorzaken moet liier even de aandacht worden gevestigd, nl. op sommige, acuut of chronisch verloopende ziekten van spontanen aard. Zij kunnen den dood veroorzaken doordat de vrouw, verzwakt door de baring, niet voldoende weerstandsvermogen bezat om met gunstig gevolg het hoofd eraan te bieden.

Zoo kan het voorkomen, dat de vrouw, in het kraambed, bezwijkt aan malaria, pneumonie, typhus abdominalis. phthisis pulmonum, enz. Men staat dan voor een dergelijk" moeilijkheid als vroeger, bij de leer der doodelijke verwondingen, besproken werd onder het motto: concurreerende doodsoorzaken (dl. I, bl. 129). Een dergelijk geval herkent men doordat in het lijk wel de teekenen van een dezer ziekten bestaat, doch geen afwijkingen, welke op genitale infectie of hare gevolgen wijzen, terwijl uit het verhaal van de omgeving blijkt, dat vóór de baring geen of althans geen ernstige symptomen van de ziekte bestonden, doch dat deze eerst na de baring zijn opgetreden, dan wel van af dat oogenblik in hevigheid en in ernst zijn toegenomen, tot dat de dood een einde aan het Hjden heeft gemaakt.

Zijn de verhoudingen zóó, dan moet men wel verband tusschen de baring en de ziekte, welke den exitus lethalis verwekte, aannemen en zeggen, dat de doodelijke afloop in de hand werd gewerkt door den verzwakkenden invloed van de baringen van het kraambed. In verband met hetgeen in dit opzicht op bl. 111, sub 4, werd gezegd, is dan c. q. hij, die de baring op zijn gewreten heeft, aansprakelijk voor den doodeljjken afloop.

Mochten echter reeds van te voren teekenen van de ziekte zich hebben voorgedaan, dan passé men het principe van bl. 85, resp. 105 toe en verklare, dat de miskraam het gevolg was van de ziekte en niet op rekening mag worden gesteld van hetgeen eventueel met de vrouw is gebeurd, zelfs waar de miskraam optrad onder verschijnselen, welke in een ander geval verband tusschen middel en miskraam zouden doen aannemen. Ook hier houde men zich aan het „in dubiïs pro reo".

B. DE VROUW WAS ZWANGER (OF BARENDE). HANGT DE DOODSOORZAAK AF VAN EENTG INGRIJPEN TOT VERSTORING DER ZWANGERSCHAP?

Wanneer een vrouw in zwangeren (barenden) toestand komt te overlijden door een der oorzaken sub 1 besproken, moet deze vraag worden gesteld, omdat de beantwoording ervan kan bijdragen tot het opsporen van de persoon, die eventueel den dood der vrouw op haar geweten heeft en zich aan doodslag heeft schuldig gemaakt. Zij heeft derhalve ten doel het O. M. zoo volledig mogelijk in te lichten en moet hier ter plaatse worden

(') Daar de embolie gewoonlijk laat optreedt (dl. 11. bl. 427) zal vaak van den status puerperalis niet veel meer zijn te zien, des te eerder naarmate de embolus later na den partus losraakt en naarmate de zwangerschap vroeger werd afgebroken. Het is hierdoor zelfs mogelijk, dat de baarmoeder geen teekenen meer vertoont van de voor eenigen tijd opgetreden miskraam, doch misschien nog wel van ontsteking.