is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is nog geen genezing der scheuren in den hymen opgetreden, dan verklare men, dat de defloratie op zijn hoogst 3 weken geleden heeft plaats gehad.

Zijn de inscheuringen reeds genezen, dan zegge men, dat de defloratie op zijn minst een maand geleden heeft plaats gehad.

Nauwkeuriger kan men zich, niet erover uitlaten.

Ofschoon het derhalve in de meeste gevallen van verkrachting op een volwassen maagd den gerechtelijk-geneeskundige onmogelijk is, om het materieele bewijs van de defloratie te leveren en aan te geven, onder welke omstandigheden zij is geschied, staat hij soms toch beter ervoor.

Is de defloratie hoogstens enkele dagen geleden geschied en met verscheuring van den hymen gepaard gegaan, dan is de zaak n.1. veel eenvoudiger.

Men vindt dan één of meer inscheuringen van den hymen, met roode, gezwollen, ietwat onregelmatige randen en soms een geringe ettering. Dit adspect blijft minstens 2—4 dagen bestaan, doch de genezing kan ook 3 weken op zich doen wachten, daar zij afhankelijk is van de lengte van de scheur, bet al of niet opgetreden zijn van infectie, enz.

In den regel worden in dergelijke gevallen, wanneer bij den coïtus wat ruw te werk is gegaan (zooals veelal het geval is, omdat de verkrachter zeer opgewonden is, of zich haast uit vrees voor betrapping op heeter daad), kleine bloeduitstortingen in den hymen en onder de mucosa van het vestibulum en orificium vaginae gevonden.

De eerste dagen na den coïtus treedt uitvloeiing uit de vagina op, welke eerst muceus of muco-haemorrhagisch is, doch later muco-purulent wordt en waardoor de vrouw pijn heeft bij het loopen en bij het urineeren. Wanneer er geen specifieke infectie heeft plaats gehad, zijn deze verschijnselen na een paar dagen weder verdwenen (zie later).

Is de vrouw door den man, die haar verkrachtte, geïnfecteerd geworden met gonococcen, dan blijft er een etterige afscheiding bestaan. De diagnose hiervan moet worden bevestigd door mikroskopisch onderzoek, waarop wij later zullen terugkomen.

"Wanneer de coïtus zeer wild wordt uitgeoefend, de geslachtsdeelen van de vrouw klein en die. van den man groot zijn, kan het, zelfs bij een volwassen meisje, tot diepgaande laesies komen; dit is natuurlijk echter uitzondering ('). Men heeft in dergelijke gevallen waargenomen: verscheuring van het frenulum labiorum pudendi, van de labia minora pudendi, van het slijmvlies van het vestibulum vaginae en perforatie van den paries en van den fornix vaginae, zelfs laesie van den blaashals en verscheuring van het peritonaeum. Toch doet men goed met in dergelijke gevallen in de

(') Over laesies door den coïtus ontstaan, deelde van Se venter op een der vergaderingen van de Vereeniging tot Bevordering der geneeskundige Wetenschappen een paar gevallen mede [Geneesk. Tjjdschr. voor Ned. lndië, dl. 47 (1907), bl. XLIII]; b(j dezelfde gelegenheid memoreerde Koolemans Beynen een ander geval.