is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veelal heeft men echter met iets geheel anders te doen en wordt gele of groene, dikke etter in ruime hoeveelheid afgescheiden. Het slijmvlies van vulva en vagina is dan levendigrood, gezwollen. Vaak vertoont het hier en daar onregelmatige, min of meer uitgebreide erosies, waardoor het kind pijn bij het loopen en bij het urineeren kan hebben, zoodat de moeder bemerkt, dat het wat mankeert. Dit behoeft echter volstrekt niet het geval te zijn.

De groote schaamlippen zijn in zulke gevallen vaak oedemateus en haar huid en die der omgeving (perineum, binnenvlakte der dijen) min of meer ontstoken en bedekt met korsten. De regionaire lympheklieren zijn in den regel gezwollen en pijnlijk.

Maakt men in zulk een geval praeparaatjes van de afscheiding, dan vindt men in hoofdzaak polynucleaire leukocyten, waarin in den regel, volgens sommige onderzoekers zelfs altijd, zg. gonococcen zitten, zelfs daar waar van verkrachting (of van een andere aanranding der eerbaarheid) geen sprake is, of, wanneer dit wel het geval is, de dader volkomen gezond is. Verder vindt men slijmdraden en enkele plavei-epitheelcellen; mikroben vindt men, afgezien van de intracellulaire gonococcen, zoo goed als niet.

In versche, niet-behandelde gevallen vindt men in de praeparaatjes gewoonlijk alléén gonococcen, waardoor de klinische diagnose gemakkelijk wordt gemaakt.

Bestaat de aandoening reeds meerdere weken en is het exsudaat reeds slijmig geworden, dan vindt men in den regel slechts weinig polynucleaire leukocyten, wier kernen zich slecht kleuren, doch veel plavei-epitheelcellen en slijmdraden en, naast gonococcen, ook andere mikroben. Vaak moet het onderzoek eenige malen worden herhaald, alvorens men eenige cellen met het typische beeld van de gonococcen vindt.

Is de aandoening reeds maanden oud of reeds behandeld, dan gelukt het in den regel niet meer met voldoende zekerheid gonococcen in de afscheiding aan te toonen, zelfs niet door het aanleggen van culturen. Gewoonlijk echter komen de kinderen, vóórdat het zoover is, ter onderzoek.

Deze spontane vulvitis en vulvo-vaginitis purulenta berusten derhalve, althans in Europa, zeer vaak op primaire infectie met den Micrococcus gonorrhoeae (^; zij bewijzen zonder meer dan ook niet, dat tegen het kind eenig misdrijf is gepleegd.

Zij worden zeer zeker, evenals die spontane gevallen, welke berusten op infectie met den Micrococcus pyogenes, verkregen door besmetting,

(') De vulvo-vaginitis gonorrhoïca is in de overgroote meerderheid der gevallen bjj het kind primair, in tegenstelling met hetgeen bjj de volwassen vrouw wordt gezien, bij wie 2ij gewoonlijk secundair is aan gonorrhee van de urethra of van de cervix uterina en meer als chemische ontsteking moet worden opgevat.