is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der gerechtelijke geneeskunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit onderzoek moet zoo spoedig mogelijk geschieden; toch zal men dan nog vaak geen beslist antwoord kunnen geven. De mogelijkheid bestaat zelfs, dat de man door het kind, lijdende aan een spontane gonorrhoïsche vulvo-vaginitis, is geïnfecteerd, welke mogelijkheid niet uit het oog mag worden verloren (onderzoek van zijn vuile wasch!).

Men onderzoekt, zoo noodig herhaaldelijk, den persoon en ook zijn kleeren, vooral de kleeren, welke hij heeft gedragen op het tijdstip van het vermeende misdrijf (desnoods uit te zoeken uit de vuile wasch) om daardoor een indruk te krijgen van de hoeveelheid exsudaat, welke werd en wordt afgescheiden. In het algemeen zal dit niet veel resultaat opleveren, omdat de ondervinding leert, dat zelden een man met een acute gonorrhee een misdrijf tegen de zeden pleegt, doch dat hij, indien hij ziek is, lijdt aan een chronische gonorrhee, waarvan het bestaan hem zelfs veelal onbekend is.

Een groote moeielijkheid is de volgende.

Ook bij den man behoeft niet iedere uitvloeiing, zelfs niet een etterige, te berusten op infectie met gonococcen. Zij treedt ook op door geforceerden coïtus, door het cohabiteeren met vrouwen met leukorrhee, tijdens zij de regels hebben en ook door ondoelmatige inspuitingen, zooals nog al eens voorkomt bij mannen, die zich na den coïtus met sterke antiseptica inspuiten, ter voorkoming van een gonorrhee; soms is er geen reden voor te vinden. Ai.fked Fournier is zelfs de meening toegedaan, dat op één echten druiper minstens drie valsche voorkomen.

Deze niet-specifieke ontstekingen zijn in den regel niet heftig, duren kort en geven geen aanleiding tot zeer hevige pijnen bij het wateren.

De symptomen zijn echter afhankelijk van het stadium, zoodat een oude echte druiper kan gelijken op een lichte niet-specifieke urethritis acuta.

Over de besmettelijkheid van de bestaande uitvloeiing is geen zeker oordeel te vellen: men kan op een gegeven oogenblik niet altijd zeggen, of een chronische druiper nog besmettelijk is, ja dan neen, omdat de gonococcen tijdelijk kunnen ontbreken.

Men moet eraan denken, dat vooral kinderen en maagden veel gemakkelijker worden geïnfecteerd dan vrouwen, die reeds lang hebben gecohabiteerd, zoodat het mogelijk is, dat een man wel een kind of een maagd infecteert, doch niet zijn vrouw of zijn bijzit.

Vooral het slijmvlies der genitaliën van liet kind zijn zeer gevoelig voor invasie van den Micrococcus gonorrhoeae, zoodat hier een vulvitis gonorrhoïca regelmatig leidt tot een vaginitis en urethritis gonorrhoïca en gewoonlijk ook tot een cervicitis gonorrhoïca.

Verder is het bekend, dat niet alle volwassen personen even gevoelig zijn voor invasie van gonococcen. Wanneer een geïnfecteerde man met verschillende vrouwen den bijslaap uitoefent, behoeft hij ze niet alle te infecteeren.

Ook knaapjes worden gemakkelijk geïnfecteerd; het proces begint bij hen als een balanitis en balanoposthitis. Ofschoon herhaaldelijk het proces zich op het achterste gedeelte van de urethra uitbreidt, zijn b\j hen epididymitis en prostatitis gonorrhoïca zeldzaam.