is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te meer daar ook in de lijst van reagentia geen voor dat doel meer geeigende vorm van ongebluschte kalk beschreven staat !

Voor een Calciumoxyde, dat ter bereiding van kalkwater moet kunnen dienen mag overigens, naast de boven aangegeven eischen, een gehalte van minstens 90 pCt. aan CaO naast een maximumgehalte van 0,5 pCt. aan in HC1 onoplosbaar residu (silikaat) voldoende geacht worden. Onder die omstandigheden is te verwachten (maar het is veilig dit nog nader te constateeren) dat deze kalk eene waterige oplossing zal opleveren die aan de grensreacties op sulfaat, chloride en alkali (bij kalkwater gesteld) zal blijken te voldoen.

De oplosbaarheid in water geeft de Ph. niet op. Zij bedraagt bij 15° C. nagenoeg 1 : 800, bij 100° G. 1 : 1600, waaruit voor het bij 15° C. verzadigde kalkwater eene concentratie volgt van 0,044 N.

Solutio Hydratis calcici.

De bereiding van deze oplossing is ook nog in de nieuwe Ph. bepaald voorgeschreven en wijkt slechts in den stijl, niet in het wezen, af van het voorschrift der Ed. III. Anders zou men geneigd zijn om in het bezit van de zuivere, uit marmer bereide, kalk nu ook het afwasschen ter verwijdering van alkaliën en oplosbare zouten, maar achterwege te laten. En indien de gebruikte kalk een minimumgehalte heeft van 90 pCt CaO, zou de hoeveelheid water, waarmede geschud wordt, gevoegelijk op het dubbele gebracht kunnen worden.

De wijze van behandeling voor de aflevering, komt mij niet rationeel voor. Ook de Ed. III gaf hetzelfde aan: voor de aflevering moet het, op de overmaat Ca(OH)2 en CaC03 bewaarde preparaat, telkens omgeschud en de vloeistof gefiltreerd worden. De bedoeling van dezen maatregel is duidelijk, want door temperatuurswisseling zoowel als door aantrekking van CO2 uit de lucht bestaat de mogelijkheid dat het preparaat tijdens de bewaring in sterkte teruggaat. Is dit evenwel in zoodanige mate het geval dat het gehalte beneden 0,04 N. gedaald is, dan zal het omschudden van het bezinksel niet voldoende zijn om daarin verandering te brengen; terwijl daarentegen de bewaring op de overmaat Ca(OH)2, bij eene zorgvuldige sluiting van de flesch, voldoenden waarborg geeft dat de oplossing aan Ca(OH)2 steeds bijna verzadigd is, daar de diffusie op den langen duur bewerkt, wat men door even omschudden moeilijk bereiken kan. Dat de tlesch van tijd tot tijd omgeschud wordt — liefst telkens na het gebruik — is daarom niet af te keuren en zelfs bevorderlijk aan het oplossingsproces. Maar 0111 dit te doen juist vóór dat men de door bezinking geklaarde oplossing gaat gebruiken, is een noodelooze complicatie van de aflevering. Bovendien loopt men grooten kans van door de filtratie, tengevolge van adsorptie door het papier en vergrooting van het oppervlak dat aan de lucht geëxposeerd wordt, een slappere