is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouten nog kristalwater bevatten. De meeste daarvan verliezen it bij 110°, doch met het oog op magnesiumsulfaat, dat zeer hardnekkig een deel van z{jn kristalwater vasthoudt, is het bij de wateranalyse wel gewoonte het verdampingsresidu bij 170° C te drogen.

Ik zou aanraden de controle van het verdampingsresidu bij Aqua destillata uit te voeren in een glazen schaaltje, waarin het aanwezig zijn van een geringe rest beter met het oog is te beoordeelen. En Jij Aqua communis is een porseleinen kroes (getarreerd met het deksel) meer aangewezen, omdat men deze bij de weging sluiten kan ter beveiliging van liygroscopische zouten en bovendien de gelegenheid heeft om daarna den kroes op een kleine vlam te veihitten ten einde aan de verkleuring (door verkooling) van het residu tegen den witten achtergrond de aanwezigheid van meer of minder organische stof eenigermate te kunnen beoordeelen. De Amencana eischt bovendien, dat bij deze bewerking geen ammoniakale of zure dampen mogen ontwijken, die als ontledingsproducten van organische stoffen zouden kunnen optreden. Dit is het best te beoordeelen met een bevochtigd violet lakmoespapier.

Zware metalen zijn in water gevreesde verontreinigingen en e Pliaimacopee doet daarop vele reacties, zoowel bij gedestilleerd als bij gewoon water.

De pioef met zwavelwaterstof in zwak azijnzure oplossing per 100 cM3. uitgevoerd dient voornamelijk ter opsporing van lood (voornamelijk in Aqua communis; en koper (voornl. in Aqua desti ata ). /ij js op beide metalen gevoelig tot */4 mG. metaal per Liter wanneer men de kleuring in cilinderglazen beoordeelt die aan ] 00 cil . een dooizichtlengte van 2 dM. geven en vergelijkt met een blancoproef. Dit geldt voor verzadiging van het water met zwavelstof( gas).

oen men de reactie op vereenvoudigde wijze uit door n.1. 100 cM:!. water met 1 cM3. azijnzuur (5 N.) en het halve volumen ( + 50 cM3.) verzadigd zwavelwaterstofwater te bedeelen, dan wordt nog 1l2mG. metaal (1 b of Cu) per Liter zichtbaar gemaakt. Omtrent den zuurgraad ü di ze pi oef, die vooral voor de opsporing van lood van veel belang is en nog al eens aanleiding gegeven heeft tot vergissingen en verschillende uitkomsten bij verschillende onderzoekers, verwijs ik naar mijn algemeen artikel over zuiverheidsreacties (dit Weekbl. bl. 128- 129) De zuuigraad die de Pharmacopee aangeeft (0,05 N azijnzuur) is een zeei gunstige. Ter opsporing van tin dat in leidingwater vaak voorkomt (in den stannivorm), is de proef met zwavelwaterstof een veel minder gevoelig middel. Het bleek dat onder dezelfde omstandigheden als boven een geelkleuring pas zichtbaar wordt bij 10 mG. tin (als SnCl4) per Liter.

Wel eenigszins tot mijne verwondering bleek hier ook de aan-

x) Zie o. a. ebert, Apotli. Zeit., 1905, bl. 908.