is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overeen met een gehalte van ongeveer 20 pCt aan het kristalwaterhoudende zout. Het NaBr is zeer hygroskopisch en door bewaring aan de lucht zal het bij een bepaalden vochtigheidsgraad (zie Ph. W. 1906, bl. 517) zelfs geheel in het NaBr.2H20 kunnen overgaan. Daarom zal een gering watergehalte wel moeten worden toegestaan, doch waarom meer dan 1 pCt, dat door de Ph. in het evenzeer hygroskopische Nal wordt toegelaten.

De bepaling zelve van het watergehalte zou ik intusschen liever niet bij 100° uitvoeren (de Ed. III sprak ook van „verhitten"!), maar liever op dezelfde wijze inrichten als bij natriumchloride is beschreven.

Over de wenschelijkheid van natiiumbromide in een kalkstopflesch te bewaren mag naar Pharm. Weekbl., 190G, bl. 517-518 verwezen worden, hoewel ook hermetrisch sluitende flesschen voldoende zjjn om beneden het toegestane watergehalte van 5 pCt te blijven.

Iodetum natricum.

Van den kristalvorm geldt hetzelfde als bij het bromide: alleen het anhydrische zout is regulair, het kristalwaterhoudende (NaI.2H20) is monoklien.

De oplosbaarheid in water van 1 : 0,6 bij 15° wordt bij 100° bijna het dubbele, n. 1. 1 : 0,33 (Americana).

Van de identiteitreactie en de proef op kaliumzout geldt hetzelfde als bij natiiumbromide. Alleen heeft de proef (gevoelig tot ongeveer 3 pCt.) hier eenige meerdere beteekenis omdat hier geen titratie 1 met zilvernitraat wordt uitgevoerd.

Op alkali (Na^Ogi is de gevoeligheidsgrens der proef 0,2 pCt. dus in overeenstemming met de praktijk, want alleen zwak alkalische oplossingen kunnen bij het uitdampen ter bereiding van het preparaat, kleurloos worden gehouden.

Nieuw ingevoerd zijn twee zuiverheidsreacties, n. 1. op cyanide en op thiosulfaat. De eerste is in overeenstemming met de reactie op cyaan in iodium. Thiosulfaat is een mogelijke verontreiniging, wanneer de toevoeging dezer stof bij de bereiding als middel gebezigd is om door afgescheiden iodium geelbruin gekleurde oplossingen te ontkleuren. Hetgeen daarbij nog grooter kans heeft om in het iodide als verontreiniging op te treden is tetrathionaat, omdat dit bij het reduceeren van het iodium ontstaat. De proef van de Pharmacopee is op thiosulfaat niet zeer gevoelig; de grens ligt bij ongeveer 2 pCt. wanneer men onmiddellijk wil beslissen, bij 1 pCt. wanneer men 4 uur wacht. Men kan deze en nog kleinere hoeveelheden thiosulfaat eenvoudiger aantoonen door het vermogen dei waterige oplossing (1 = 20) om eene met jodium zwak blauw gekleurde stijfseloplossing te ontkleuren. Maar de proef van de Ph. heeft het voordeel van ook het genoemde tetrathionaat aan te toonen, want met zilvernitraat scheidt zich dan eveneens een zwart