is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tevens moet de andere 10 cM3. na toevoeging van phenolphthaleïne en 35 cM3. neutrale glycerine, omslaan met minstens 20,8 cM:!. en hoogstens 21,2 cM3. (theoretisch 20,93) 0,1 N. alkali. De gelijkheid dezer beide titercijfers waarborgt de verhouding van het alkali tot het zuur in het zout (Na20 : 2B203). Indien het laatste titercijfer grooter gevonden wordt wijst dit op vrij boorzuur. Wanneer het eerste grooter is, op meer alkali, bijv. als metaboraat, carbonaat, bicarbonaat, phosphaat. In de combinaties dezer beide titraties heeft men dus een nauwkeurig hulpmiddel voor vaststelling van de zuiverheid.

Be Kaliumzouten.

Van anorganische zuren komen de volgende kaliumzouten in de Pharmacopee voor: Brometum, Iodetum, Trisulfuretum, Nitras, Chloras, Sul/as, Garbonas en Permanganas kalicus. De meeste van deze kunnen hier kort behandeld worden, daar zij in vele punten met de correspondeerende natriumzouten overeenkomen.

Brometum kalicum.

Dit zout onderscheidt zich hoofdzakelijk van het Natriumbromide doordat het niet met water kristalliseert, in verband daarmede alleen in het regulaire stelsel voorkomt en niet hygroscopisch is.

Van de zuiverheidsreacties zijn dezelfde veranderingen te vermelden als bij Brometum natricum.

Ook hier is dus de reactie op alkalicarbonaat wat al te streng en zou in overeenstemming zijn met den eisch bij het jodide gesteld door absentie van alkalische reactie in de oplossing (1 — 20) te constateeren. In eene opl. (1 = 10) wordt op dezelfde wijze nog 0,1 pCt. alkalicarbonaat aangetoond.

Door de titratie wordt hier eveneens een verscherpte eisch op chloridegehalte gesteld. Het theoretische titercijfer is 25,19 cM3. Welke beteekenis hier de onderste grens (25 cM3.) heeft, is onduidelijk. Verhooging van het titercijfer kan hier zoowel het gevolg zijn van natriumzout als van chloride. Het maximum van 25,4 cM3. (Ed. III stond nog 25,7 cM3. toe) correspondeert met 5 pCt. natriumbromide of met 1,3 pCt. kaliumchloride.

Iodetum kalicum.

Voor het onderzoek, ook wat betreft de in de Pharmacopee nog ontbrekende zuiverheidsreacties, kan geheel verwezen worden naar Natriumjodide.

Ook hier kan titratie met 1IV0 N. zilvernitraat zijn nut hebben ter vaststelling van den graad van zuiverheid. 0,500 G. van het volkomen droge zout gebruikt theoretisch 30,10 cM3. In de practijk kan men dus nog een maximaal titercijfer van 30,50 toestaan om het gehalte aan chloride op ruim 1 pCt. te begrenzen.