is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nieuw ingevoerd zijn bij dit zout een vijftal zuiverheidsreacties:

Op zwavelverbindingen, die indien als sulfiden aanwezig op de beschreven wijze loodacetaatpapier bruin kleuren. Het is dus niet de meer algemeene reactie die we bij Carbonas en Bicarbonas natricus aantroffen en die ook andere, van het le BLANc-proces mogelijk afkomstige zwavelverbindingen insluit.

Op mierenzuur een reactie die zeer weinig gevoelig is; alleen ïesultaat geeft bij aanwezigheid van enkele procenten formiaat. Het is mij niet bekend welke reden er is om hier mierenzuur als verontreiniging te verwachten, tenzij men denkt aan de mogelijkheid dat de sporen cyanide die in Carbonas kalicus kunnen voorkomen, op den langen duur door hydrolytische ontleding spoorsgewijs formiaat kunnen opleveren.

Op silikaat; zie bij Natriumcarbonaat

Op kaliumhydroxyde; zie bij Natriumcarbonaat.

Op arsenicum-, eene verontreiniging die mogelijk is bij de bereiding via het sulfaat volgens het le BLANc-procédé. Zie hierover dit Weekbl bl. 57 — 67. ''

Gewijzigd zijn voorts de volgende reacties:

Die op zware metalen met zwavelwaterstof geschiedt niet meer in zoutzure oplossing (zie Ed. III); maar in vrij sterk (n.1. meer dan 2 N.) zwavelzure oplossing. Dit is zeker geen verbetering (zie dit Weekbl., bl. 129) en het ware gewenscht hiervoor eene oplossing in azijnzuur in de plaats te stellen.

De reactie op nitraat is gelijkluidend aan die bij kaliumchloraat en heeft dezelfde gevoeligheidsgrens. Dat de Pliarmacopee hier nu laat koken en dan de reactie op cyanide er aan combineert is geen gelukkige wijziging, daar door de koking met natronloog het cyanide omgezet kan zijn tot formiaat en ammoniak en dus niet meei aantoonbaar. Voor de reactie op cyanide gebruike men dus liever een ander oplossing 1=5 in water en verwarme zacht met 50 m&. ferrosulfaat om daarna aan te zuren met zoutzuur.

De titratie kan rechtstreeks uitgevoerd worden, indien men methyloranje of liever dimethylamidoazobenzol als indicator aanwendt. De eisch van een minimum-gehalte van 95 pCt. is zeker zeer laag en allerminst in harmonie met de bepaling dat het zout met behulp van ongebluschte kalk bewaard moet worden (zie Pharm. Weekbl. 1906, bl. 520). Dit laatste is dan ook niet bepaald noodig, zelfs niet wanneer men een hoogeren eisch aan het gehalte wil stellen dan de Pharmacopee doet.

Carbonas kalicus crudus.

Deze „potasch" is nog niet zoo ruw als de naam wel wil uitdrukken. Een product met een gehalte van minstens 90 pCt. zal in de prijscouranten meest wel als „depuratus" genoteerd worden. Naast het gehalte worden geen andere eischen van zuiverheid gesteld