is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloeistof niet meer, zooals in Ed. III, voor de precipitatie zuur wordt gemaakt met azijnzuur. De wijziging der temperatuur zal misschien ten gevolge hebben dat daardoor in mindere mate een ontleding van het secundaire phosphaat in primair (oplosbaar) en tertiair optreedt, ten gevolge waarvan het preparaat der Ed. III steeds bij analyse bleek eene geringe hoeveelheid van dit Ca3(P04)2 naast het CaHP04 te bevatten. Het alkalisch laten van de vloeistof daarentegen voor de precipitatie (de derde wijziging is n.1. dat het dooide Ed. III voorgeschreven azijnzuur is weggelaten) zal echter stellig weer de vorming van eene geringe hoeveelheid Ca3(PO,j)2 veroorzaken, zoodat deze beide wijzigingen in hunne uitwerking elkaar eenigermate opheffen, doch hoogstwaarschijnlijk het preparaat der Ed. IV nog wel iets meer van de aangegeven formule CaIIPO_j2IIoO zal afwijken dan dat der Ed. III. Een concessie aan dit feit is gelegen in de laatste alinea waar bij gloeiing tot Ca2P207 het verlies dat theoretisch voor 2!/2 H20 bedraagt 26,2 pCt, wordt gesteld op 25,0 — 26,5 pCt. Een gering teveel kan door een weinig aanhangend vocht veroorzaakt worden. Een tekort door enkele piocenten Ca3(P04), welke bij gloeiing niet van samenstelling veranderen.

Eene verbetering in het voorschrift der bereiding is de opgave der temperatuur van drogen op 35° C., waardoor verlies van kristalwater wordt vermeden. Er had ook nog bijgevoegd kunnen worden dat men na de precipitatie eenigen tijd moet laten staan om het neerslag grover microkristallijn en daardoor gemakkelijker

filtreerbaar te maken.

Onder de eigenschappen wordt vermeld dat het calciumphosphaat microkristallijn is. Er kan nog aan worden toegevoegd dat het in rhombische plaatjes kristalliseert.

Als identiteitsreactie is nieuw toegevoegd dat ammoniumoxalaat een wit neerslag geeft (reactie op Ca) in de bij verwarming met azijnzuur verkregen oplossing. Dit laatste gaat zeer bezwaarlijk. Terwijl het amorfe, versch geprecipiteerde calciumphosphaat in azijnzuur gemakkelijk oplost is dit niet meer het geval wanneer het eenmaal kristallijn is geworden. Dan is langdurige koking met azijnzuur daarvoor noodig. Vandaar dat het handiger is om het op te lossen in zoutzuur of salpeterzuur (zie de voorafgaande alinea) en deze oplossing door bedeeling met natriumacetaat of door opeenvolgende toevoeging van ammonia en azijnzuur, te veranderen in eene azijnzure oplossing.

Van de zuiverheidsreacties worden die op zoutzuur en op zwavelzuur nu uitgevoerd in eene met behulp van een, niet nader bepaalde hoeveelheid salpeterzuur verkregen oplossing. Daardoor is de reactie op zwavelzuur althans waardeloos geworden als grensreactie 'zie dit Weekbl., bl. 133) en de proef dus verslecht in vergelijking bij die der Ed. III, waar voor deze reacties eenvoudig met water werd uitgetrokken, hetgeen veiligheidshalve nog onder verwaiming zou