is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de aangewende concentratie der ammoniakale oplossing in staat. om nog 0,02 pCt. Ca in het preparaat aan te toonen (zie dit

Weekbl. bl. 131.)

Nieuw ingevoerd is de reactie op arsenicum, die met de in dit Weekbl. (bl. 57 -67) aangegeven wijzigingen kan worden aanvaard en te beschouwen is als een consequentie van de by Sulfas magnesicus zoowel als bij Carbonas natricus (de grondstoffen voor dit preparaat) noodig geoordeelde reacties op deze verontreiniging.

Nieuw is ook de grensreactie op oplosbare bestanddeelen en die op alkaliniteit in de voorlaatste alinea. Bij het stellen van deze grenzen schijnt de Pharmacopee uitgegaan te zijn van het door schmidt (Pharmaceut. Chemie) aangegeven getal voor de oplosbaarheid in de koude, n.1. van 1 : 2500. Daarmede komt een verdampingsresidu van 4 mG. per 10 cM3. en een alkaliniteit van 0,05 cM3. (= 1 dr.) N. per 10 cM3. overeen.

Uit dit oogpunt bezien zou dus de reactie der Ph. dienen om de aanwezigheid van alkalicarbonaat geheel buiten te sluiten. Evenwel vindt men in de literatuur ook andere, afwijkende cijfers voor de oplosbaarheid van zuiver magnesiumcarbonaat, reden waarom ik het nuttig achtte deze oplosbaarheid nog eens op nieuw te bepalen. Door uit te gaan van magnesiumoxyde dat zuiver verkregen was door verbranding van magnesiummetaal en dit in water te suspendeeren en koolzuurgas door te leiden tot verzadiging, werd een suspensie van magnesiumcarbonaat verkregen, wier bereiding geen aanleiding gaf tot verontreiniging met alkalicarbonaat. Deze werd eenige uren aan den koeler gekookt en na afkoeling het gloeiresidu (MgO} bepaald van 500 cM3. van het Altraat. Dit bedroeg 40 mG., overeenkomende met eene oplosbaarheid voor magnesiumcarbonaat van 1 : 5000, eene twee maal geringere dus dan boven werd aangenomen. Dus zou de door de Pharmacopee toegestane alkaliniteit en het verdampingsresidu voor 10 cM3. slechts voor ongeveer de helft kunnen veroorzaakt worden door alkalicarbonaat, dat in het handelspreparaat wel steeds spoorsgewijze aanwezig zal zijn. De Pharmacopee zou dan ongeveer 1/2 pCt. alkalicarbonaat in het magnesiumcarbonaat. toelaten.

Nieuw is ook de eisch der Pharmacopee dat de gloeirest van magnesiumcarbonaat 40 — 43 pCt. MgO zal bedragen, waardoor de samenstelling van het preparaat tamelijk eng begrensd is. Het gehalte toch aan C02 en I120 in de magnesia is, ook volgens het opschrift der Pharmacopee, wisselend en in den regel wordt wel een minimumgehalte van 40 pCt. MgO geGischt (zie schmidt, Pharm. Chem. en de Amer. Ph.) maar geen maximumgrens gesteld. Het zal moeten blijken of in de practijk het gehalte aan MgO tusschen de door de Ph. aangegeven grenzen schommelt.