is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

molecule kristalwater ontwijken kan.

De stabiliteit van het gewone 5e hydraat volgt o. a. uit de waarneming van l. bij 45°, dat dan de dampdruk van de verzadigde oplossing wel 58 mM. of relatief 82 pCt. bedraagt, en die van het 5e hydraat 30 mM. of 42 pCt., zoodat ook voor water aantrekken uit de atmosfeer alleen onder buitengewone omstandigheden gelegenheid bestaat.

Naast de oplosbaarheid bij 150 c staat de 5 a 6 maal grootere bij 1000 C. n.1. 1 : 0,5 (Americana).De identiteitsreacties zijn weinig veranderd.

De zuiverheidsreactie op ijzer, aluminium etc. is in zekeren zin veibeteid. Zooals de Ed. III handelde, door nl. te beoordeelen of de met ammonia ontstane blauwe vloeistof, geheel helder is valt het moeilijk kleine hoeveelheden ijzer zichtbaar te maken.' Dit gaat veel beter naar de Ed. IV door vooraf het koper als sulfide te vei wijderen met ILjS en na te gaan of het Altraat met ammonia daarna een groenkleuring oplevert. Bij aanwezigheid van aluminium zou een troebeling ontstaan. Evenwel geeft de Ph. helaas niet aan in hoeveel water de 500 mG, kopersulfaat moeten worden opgelost en daai van hangt toch voornamelijk de gevoeligheidsgrens dezer reactie af. Voorloopig zou ik aanraden daarvoor 10 cM3. water te gebiuiken omdat men dan den eisch zoo scherp mogelijk stelt en toch nog in de gelegenheid is gemakkelijk van het Altraat 5 cM3. aan de proef te onderwerpen. De controle van een eventueel gloeiresidu (algemeene reactie op verontreinigingen, meer bepaald op alkaliën) moet ook nader gepreciseerd worden en geschiedt op de voorgestelde wijze op eene hoeveelheid Altraat die met 250 mG. zout overeenkomt.

Toch zou ik ter vereenvoudiging van het onderzoek aan de nu ingevoerde scherpe reactie op ijzer, de oude proef met ammonia, na oxydatie der oplossing met een weinig HN03, willen laten voorafgaan. Deze minder gevoelige, maar veel eenvoudiger reactie geeft dan uitsluitsel over grootere hoeveelheden der genoemde verontreinigingen, bij welker aanwezigheid men dan het onderzoek met behulp van H2S kan achterwege laten.

De Amerikaansche Ph. geeft bovendien nog een algemeene reactie op zware metalen (incl. zink) door de oplossing (1 = 20) in de kookhitte met een overmaat natronloog te behandelen en het kleurlooze Altraat na aanzuring met azijnzuur met H2S te onderzoeken.

Een reactie op vrij zuur, die bij andere sulfaten door de Ph. wordt ingesteld, ontbreekt hier. Wel is waar wordt hier door de blauwe kleur der oplossing de waarneming met dimethylamidoazobenzol bemoeilijkt, maar men zou op de door Prof. wefees bettink: (Ned. Tijd. v. Ph. Ch. Tox., 1892, bl. 105 —108) aangegeven wijze het fijngewreven zout eerst met de 4-voudige hoeveelheid Spiritus fortior kunnen uittrekken, na verdamping van den alkohol het