is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bismuthnitraat nagenoeg geheel uit het B. 10-9-7 bestaat en het uitgewasschen preparaat uit B. 6-5-8.

Dat geen enkel handelspreparaat voldoen zou aan dezen eisch van de Pharmacopee (zie Mededeelingen der coöp. Apoth. 1907, bi. 4) van afsplitsbaarheid van zuur, bewijst eenvoudig dat de fabrikanten het preparaat in het algemeen niet maken volgens dit Nederlandsche voorschrift. Ik betrok een preparaat uit den groothandel dat wél voldeed (titercijfer 8,5), maar vond voor een Duitsch preparaat ook slechts 1,4 cM '. Het gewone, tot voor de invoering der nieuwe Ph. als „Magisterium Bismuthi" gebruikelijke preparaat geleek dus veel meer op wat tegenwoordig als „elutus" onderscheiden wordt. In hoeverre het veel minder basische preparaat der Ed. IV in de geneeskundige practijk zal voldoen, moet afgewacht worden, maar ik acht het wel noodig dat de medici eens gewaarschuwd worden dat het nu „elutus" genoemde preparaat veel meer met het oude preparaat overeenstemt. Dit is de reden — hoewel een andere — waarom ik mij aansluit bij het voorstel van de coöp. Apoth. (l.c.) om liever het eerste preparaat der Pharmacopee met den naam „non elutus te onderscheiden en tevens het synoniem „Magisterium Bismuthi ' naar het tweede preparaat te verplaatsen.

De volgende alinea der zuiverheidsreacties (op carbonaat, chloride, sulfaat, aardalkalien en alkaliën) is niet wezenlijk veranderd in vergelijking met Ed. III. De helderheid der salpeterzure oplossing is van belang met het oog op de mogelijke aanwezigheid van silicium (zie Ph. W., 1904, bl. 103.) Dat de aandacht gevestigd wbult op de kleurloosheid van het Altraat, kan alleen de bedoeling hebben op de afwezigheid van koper te wijzen.

De in de Ph. nieuw ingevoerde reactie op lood is een navolging van de scheiding (acetaatmethode) die gewoonlijk wordt toegepast om zink en mangaan van de trivalente basen van ijzer, aluminium en chroom te scheiden. Zoo slaat ook bismuth door koking met natriumacetaat volledig neer en de Ph. rekent dat lood geheel in de oplossing blijft en dus in het Altraat door kaliumbichromaat is aan te toonen. Dat dit evenwel niet het geval is, maar ook het lood voor een groot gedeelte in het bismuthprecipitaat wordt medegesleept, blijkt uit het feit dat men door deze reactie niet eens in staat is 1 pCt. loodnitraat in basisch bismuthnitraat aan te toonen. ^ij is dus stellig te weinig gevoelig en de volgende werkwijze (ontleend aan de Carbonas bismuthicus in de Americana) verdient meer aanbeveling. Indien 3 G. van het preparaat met behulp van zoo weinig mogelijk salpeterzuur onder verwarming in oplossing woiden gebracht, daarna uitgestort in 100cM:i. wateren na bezinking

) In tegenstelling met wat in e. i. van itallie's Handleiding (bl. 79) te lezen staat, waar de schr. ten gevolge van een foutieve redeneering tot de conclusie komt dat ons Basisch bismuthnitraat moet bestaan uit een mengsel der zouten 10—9—7 en 1—1—1.