is toegevoegd aan uw favorieten.

De chemische artikelen van de vierde uitgave der Nederlandsche Pharmacopee (anorganische gedeelte)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Chloretum hydrargyrico-ammonioum.

Het voorschrift ter bereiding is in wezen onveranderd uit de Ed. III overgenomen. In plaats van 9 dln water (voor het uitwasschen) heeft men dan natuurlijk 90 dln te lezen.

De identiteitsreacties zijn uitgebreid en vollediger geworden. Van de ontleding die intreedt jij verhitting, wordt alleen gezegd dat de dampen (door NH3) alkalisch reageeren. Onderzoekt men het sublimaat, dat hierbij optreedt, dan blijkt dit te bestaan uit ammoniumchloride, HgCl2 en HgCl.

Behalve op algemeene onzuiverheden die niet-vluchtig zijn of die in water oplosbaar zijn (een grensreactie op chloride in de waterige oplossing ware gewenscht geweest), wordt alleen nog (laatste alinea) gereageerd op carbonaat (dat gebruikt werd bij de bereiding van het preparaat der Ed. II) en op Chloretum hydrargyiosum, dat in verdund azijnzuur onoplosbaar zou blijken te zijn. Trouwens het oplossen van het wit precipitaat daarin gaat ook niet zoo vlot. Volgens hugo baijer (Pharm. Zeit. 51, 1906 blz. 930) is ter volledige oplossing zelfs azijnzuur van 30 pCt. nog onvoldoende en zou wel azijnzuur van 45 pCt. noodig zijn. Van verdund azijnzuur (6 pCt.1 dat de Ph. voorschrijft, is althans een zeer groote hoeveelheid noodig ter volledige oplossing. Daar HgCl in verdund zoutzuur echter evenmin oplosbaar is, zou wellicht • dit oplosmiddel even goed kunnen worden aangewend.

Bij dit preparaat, waar een qualitatief onderzoek niet voldoende is om een constante samenstelling te waarborgen, was een eisch voor een minimum-kwikgehalte wel op zijn plaats geweest. Een titrimetrische methode daartoe is door rupp aangegeven en in Pharm. Weekbl. 1903, blz. 860 gerefereerd. Later is door collo (Pharm. Post, 3tt, 53 naar C. C. 1903, I, bl. 661) vermeld dat hij voor het kwikgehalte van een reeks preparaten, die naar de voorschriften van verschillende Pharmacopeën bereid waren, getallen had gevonden van 73- 79 pCt. terwijl het berekende Hggehalte naar de formule NH2HgCl bedraagt 79,52 pCt. Hij stelt daarom voor een gehalte van minstens 78 pCt. aan Hg te eischen.

Iodetum hydrargyrioum.

Dit artikel is heel veel langer geworden dan in Ed. III, hoofdzakelijk ten gevolge der uitvoerige identiteitsreacties. "Wanneer men evenwel van een gemakkelijk aan zijn uiterlijk (v. n.1. onder het microscoop) herkenbare stof als deze, de overgang heeft vastgesteld van de roode in de gele modificatie die bij + 150° C. plaats vindt, het smelten (bij 253° C.) heeft gecontroleerd en nog aangetoond dat het gele sublimaat (de rhombische modificatie) in metastabielen toestand verkeert bij de gewone temperatuur (alles in de eerste alinea.) dan acht ik het zeer de vraag of eenig apotheker het nog noodig zal vinden op kwik te reageeren met H2S