is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven der dieren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aderen; te snuiven, bij 't daveren van zijne neusgaten, de scherpe lucht en den zeegeur; en dan weer op en weg met wilden sprong de ruimten in, smijtend achterwaart

uit dat het zoefde door de lucht, met zotte vluchtvaart, dat de grond weerdaverde onder den hoorn van zijne rammelende hoeven en de eerdbrokken wervelden boven zijnen kop.

De eendelijke ossen, die stonden en droomen uit hunne weemoedige oogen, wendden hun zwaren kop dan om naar hem, gestoord door de zotte driestheid van zijn gedoe die zij niet en verstonden en ze keken weer vóór hen uit, droomstarend in de verre verte naar niets, en lieten het onverhinderd begaan. Maar het bruischte hem onweerstaanbaar door zijn lijf, het jeukte hem in zijn pooten van de bratte weelde, en als 't al