is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit het leven der dieren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slachter nu met zijne bebloede vingers hielp gapen ; er' leekte maar een straalke meer uit, en de wonde werd peersch, en daar lag nu het waggelende lijk, met de derfheid des doods erom, met de diepzittende oogen geloken, in zijn rookende bloed.

De slachter rees op en wreef zijn mes het bloed af op den gesneuvelden zijne hespen. Het ander zwijn had dit al van uit zijn hok staan af te zien, zonder gebaar van meelijen of deernisse en als 't allemale over en geklonken was, keerde het zijn karre en trok naar binnen, met de doeninge van een die hem aan de wereld niet en verstaat.

's Avonds, lichtte de laaie gloed, spokken deed het stroo en de knetterende vlamme sloeg hoog boven de leegdakte reken huizekes, verlichttend de strate in de deemstering. De jongens stonden daarrond en keken de tranen uit hunne oogen, naar den wind die 't vuur aanblies, rondom het spokkerende zwarte zwijnelijf, dat lag te schoeperen in den smeulenden brand, ze verlangden naar den stond dat ze den slachter zouden zien zitten schrijlings op zijn zwijn te midden de dorpsplaatse, met zijn mes in zijn tanden, te kuischen en schrepen, te wasschen en plasschen, tend hij aan 't steertje kwam, en dan zou 't een krijgen, maar hij wist aan welken prijs.