is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

1773—'84

de sacramenten zenden, maar een nieuwe Lodewijk, zijn kleinzoon, zal met alle staatsie voor liet verbaasde en van vreugde dronken Frankrijk de Staten-Generaal openen.

Het Du ba r r y-dom met zijne Aiguillons is voor altijd verdwenen. Thans hebben wij een jongen, volgzamen, het goede willenden koning, eene jeugdige, schoone, milddadige, het goede willende koningin, en met hen wordt, als het ware, geheel Frankrijk weer jeugdig. Maupeou en zijn parlement moeten in duisteren nacht verdwijnen ; achtbare magistraatspersonen, der natie niet onverschillig, al ware het slechts omdat zij zich tegen het hof hebben verzet, verlaten nu, van hunne boeien ontslagen, de steile rotsen te Croe in Combrailles en keercn lofzingende terug ; het oude parlement van Parijs treedt weer in functie. In stede van een liederlijken bankroeten abhé Terray, hebben wij nu als controleur-generaal een deugdzamen, wijsgeerigen Turgot, (1) met een geheel herschapen Frankrijk in zijn hoofd. Hij zal alle bestaande misbruiken in de financiën en elders herstellen — zoo verre mogelijk. Is het niet, alsof van nu aan de wijsheid zelve stem en zitting in den raad der koningen zal hebben ? In dien zin heeft Turgot met de meeste vrijmoedigheid van spreken zijn ambt aanvaard, in dien zin is hij door den koning met het edelste vertrouwen aangehoord. (2) Weliswaar zegt men, gelijk koning Lodewijk opmerkt, dat hij nooit ter mis gaat, maar het vrijzinnige Frankrijk bemint hem daarom niet minder ; het vrijzinnige Frankrijk antwoordt: »de abbc Terray ging altijd ter mis." Zoo ziet de wijsbegeerte voor de eerste maal een wijsgeer een ambt bekleeden ; zij zal hem dan ook in alles met hare goedkeuring ondersteunen ; en zelfs de lichtzinnige oude Maurepas (3) zal hem niets in den weg leggen, zoo het hem slechts eenigszins doenlijk is.

Hoe zacht zijn verder de zeden ! De ondeugd verliest al hare wanstaltigheid, wordt icelvocgclijk (gelijk alles wat heerscht, als het zich zelf wetten geeft), wordt bijna eene soort van niet al te strenge deugd ! De kennis is algemeen en wordt door vernuft en gezellig verkeer verlevendigd ! De philosophie zit in schitterende salons vroolijk te gast bij den geestig geworden rijkdom, terwijl de adel zelf er trotsch op is, aan hare zijde plaats te nemen, en predikt, boven alle Bastilles verheven, een toekomstig duizendjarig rijk. Van het verwijderde Fcmei/

(1) Turgot was, wat zijne economische politiek betreft, in hoofdzaak der leer der Physiokraten toegedaan. De stichter van deze leer was Frangois Quernay, de lijfarts van Lodewijk XV. Had tot nu toe de leer van het mercantiele stelsel, waarvan de grondlegger was de minister van Lodewijk XIV Colbert, als de eenig juiste gegolden, Quernay en zijne school, waartoe o. a. Dupont en Mirabeau de oude, vader van den bekenden revolutionnair, behoorden, bestreden ten hevigste Colbert? in praktijk gebrachte theorieën. Trouwens, tusschen de grondslagen van beide stelsels bestaat een hemelsbreed verschil. Het mercantiele stelsel toch ging uit van het denkbeeld, dat alleen handel en nijverheid bronnen zijn van den nationalen rijkdom en dat deze zooveel mogelijk moeten beschermd worden, zij het dan ten koste van den landbouw. Zoo werd o. a. in het jaar 1667 een nieuw toltarief uitgevaardigd, waarbij de invoerrechten op vreemde waren zóó hoog werden gesteld dat dit bijna met een verbod van invoer gelijk stond en werd, ten dienste van de inlandsche fabrikatie, de uitvoer van grondstoffen verboden. Dat dit stelsel schadelijk moest zijn voor den landbouw moge hieruit blijken, dat om het ar beidsloon en daardoor den prijs der fabrikaten laag te houden, door verbod van uitvoer en bijzondere tarieven, de prijs van het koren stelselmatig verminderd werd.

Hoe geheel anders het physiokratisch systeem! Dit noemt de aarde de eenige bron van den rijkdom en wil in de landbouwende bevolking de eenige voortbrengende klasse der maatschappij zien. De stelregel der physiokraten was : «pauvre paysan, pauvre rovaume; pauvre royaume, pauvre roi." Doordat zij de regeering en hare voorgangsters verantwoordelijk stelden voor de misbruiken op economisch gebied, waarvan in het bijzonder de landbouwende bevolking onder de heerschappij van het mercantiele stelsel de nadeelige gevolgen ondervonden had, kregen zij vooral onder de verdrukte klassen vele aanhangers, hoewel zij niet direct waren tegen den koning, den adel of de geestelijkheid, daar deze drie niet behoorden tot de «onvruchtbare" klasse, als hebbende de koning zijne domeinen, de adel zijne landgoederen en de geestelijkheid hare tienden.

N oor verdere bijzonderheden verwijs ik naar Webers Gesch. der Wereld, van het begin der Franxrhr Omwenteling of tut op ome dagen, vertaald door B. ter Haar Bz. Zwolle, Tjeenk Willink, 1880. Deel 1, pag. 7f, 79, S0.

(2) Turgot's brief: Condorcet, Vie de Tcrgot (Oeuvres de Condorcet, B. V.) p. 67. De dagteekening is van den 24 A'ig. 1774.

(3) De Minister-president.