is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1781—'S4

ZESDE HOOFDSTUK.

Windzakken.

Zoo rolt de wereld voort in deze hare papieren eeuw, of tijdperk der hoop. Voorzeker niet zonder bezwaren, ja krijgsuitbarstingen, die echter, door ons op zulk een s and gehoord, schier een vroolijke marschmuziek gelijken. Maar hoe, als eens de donkere, levende bajert van vijf en twintig millioenen onwetenden en uitgehongerden zijne muziek begon te spelen! ° °

pinripTlnf echner> thn,n°? het °°g naar Lon9champ, thans, nu de vastentijd ten einde loopt en alle heerlijkheid van Parijs en Frankrijk volgens jaarlijksche gewoonte

uitstioomt, niet om missen Ex tenebns bij te wonen, maar om zich te verluchten en te

vertoonen en de jonge lente te begroeten. (1) De rijkste, schoonste, schitterendste kleu-

jen, glinsterende van gouden sieraden, bewegen zich door het Bots de Boulogne, in

ange bonte rijen als lange levende bloemranden; tulpen, dahlia's, dal-leliën, allen in

haar wandelende bloempotten (de nieuwe vergulde koetsen), de lust der oogen en de

trots des levens. Zoo rolt en danst de stoet voort, vol zelfvertrouwen, als bewoon hii

zich over graniet en de fondamenten der wereld en niet op enkel heraldiek perkament

me een smeulende vuurzee onder zich. Danst voort, gij dwazen! gij zocht de wijsheid

, en hebt die ook niet gevonden. Gij en uwe vaderen zaaidet den wind, den storm

h de^ood? 3nt Staat 6r niGt V3n °udsher geschreven: Dc bezoldiging der zonde

In Longchamp, gelijk elders, zien wij iedere dame en cavalier van eene soort van dienstbaren geest vergezeld, dien men jockey noemt: een kleine elf of gnoom, die, schoon n°g jong, toch reeds verwelkt is. en de kenmerken van vroegtijdige ondeugd of sluwheid op iet gelaat draagt: een wezen tot alles bruikbaar. De naam jockey komt van de Engelschen, gelijk de zaak zich ook verbeeldt. Onze Anglomanie is werkelijk van belang geworden en voorspelt veel voor de toekomst. Waarom zou ook het vriiheidzoeende Frankrijk thans, nu liet razende krijgsrumoer gestild is, geene svmpathie gevoelen voor de vrijheid bij zijne naburen? Mannen van beschaving, de hertogen de Liancourt de la Rochefoucault, bewonderen de Engelsche constitutie en het Engelsche volkskarakter; zij zouden gaarne zooveel mogelijk daarvan invoeren.

Hoe lichter iets is, des te gemakkelijker is de invoer, vooral dus als het zoo licht is als de wind. De met-admiraal hertog van Chartres (nog niet d'Orleans of Egalité) trekt heen en weer over het Kanaal en voert Engelsche modes in, waartoe hij als boezemvriend van een Engelschen prins van Wales (2) zeker de rechte man is. Rijtuigen en zadels rijlaarzen en redingotes, in Engeland ridingcoats genoemd, ja zelfs de manier van paardrijden brengt hij over. Niemand staat thans op de hoogte des tijds, die niet draaft « langlaise zich opheft in den stijgbeugel, met versmading der oude manier van vast in den zadel te zitten, gelijk, volgens Shakespeare, boter en eieren ter markt worden gebracht. Ook verstaat onze wakkere hertog de kunst om de raderen in brand te rijden, en geen man van het vak in heel Parijs is vlugger en zekerder in de behandeling der zweep dan monseigneur.

Elfen jockeys hebben wij gezien; maar ziet thans echte Yorkshire-jockeys, en de dieren die zij rijden en dresseeren, Engelsche wedrenners voor Fransche wedrennen, lok deze heeft men (onder 's duivels voorzienigheid) aan monseigneur te danken. De prins dArtois heeft eveneens zijne stoeterij van renpaarden, en daarbij den zonderling-

(1) Mercikr, Tableau de Paris, ii, 51. Louvkt, Roman de Faublas.

(*) De latere koning George I\ (1820—1830).