is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1787 April—Mei.

Door de paaschfeesten en de opoffering van Calonne tot zachtheid gestemd, zijn de Notabelen niet in de slechtste luim. Reeds toen de voorloopige schaduwen nog in liet ambt waren, had Zijne Majesteit eene zitting der Notabelen gehouden, en van zijn troon welspi ekende woorden van belofte en verzoening doen hooren: «de koningin stond aan het venster te wachten, tot zijn rijtuig terugkwam, en Monsieur gaf haar van verre door het klappen in de hand een teeken, dat alles goed afgeloopen was." (1) Werkelijk heeft het de beste uitwerking gehad, als het maar van duur is. Ondertusschen kan men de leiders der Notabelen door zoete woorden op zijne zijde brengen. Brienne's nieuwe glans, Lamoignon s lange hoofd zullen ook van nut zijn, en aan verzoenende welsprekendheid zal het niet ontbreken. Kan het echter over het algemeen wel geloochend worden, dat die verwijdering van Calonne, en het aannemen van Calonne's plannen een maatregel is, die, om eenige goede werking te doen, slechts uit de verte en als ter loops beschouwd, en in het geheel niet nader onderzocht moest worden? In één woord, dat geen dienst, dien de Notabelen zouden kunnen bewijzen, zoo verplichtend zou zijn, als die van op eene fatsoenlijke wijze — heen te gaan? Hunne «zes voorslagen" opzichtens provisioneele vergaderingen, het afschaffen der cwitée&\(2) en dergelijke kunnen zonder kritiek aangenomen worden. Over de subvention of grondbelasting en veel anders moet men haastig heenglijden, want nergens is men veilig, dan bij de bloempjes van verzoenende welsprekendheid. Eindelijk op den Mei 1(8/, in de laatste plechtige zitting, ontlast zich de welsprekendheid in ware stroomen; de koning, Lomknie, Lamoignon en gevolg stemmen achtereenvolgens hetzelfde liedje aan in een tiental redevoeringen, die van Zijne Majesteit niet medegerekend, waarmede heel de dag gemoeid is, en waarbij de Notabelen als door een soort van koraalgezang of bravour-aria van dankzeggingen, lofspraken en beloften, zoo te zeggen naar buiten georgeld en naar hun respectieve huisgoden gezonden worden. Zij hadden ongeveer negen weken gezeten en gepraat; het was de eerste vergadering van Notabelen sedert de dagen van Richelieu, in 1<>2(>.

Geschiedschrijvers, die zich op een veiligen afstand zeer op hun gemak gevoelden, hebben Loménie wegens dit ontslag zijner Notabelen zeer gelaakt; en toch was het klaarblijkelijk tijd. Lr zijn dingen, gelijk wij zeiden, die men niet al te nauwkeurig en fijn moet onderzoeken: over lieete kolen kan men niet snel genoeg heengaan. In de zeven bureaux, waar aan werken niet gedacht kon worden, of praten moest dan werken heeten, kwamen de bedenkelijkste zaken ter liaan. Laiavette, bij voorbeeld, veroorloofde zich, in het bureau van monseigneur d'Artois, meer dan eene scherp gispende rede over lettres de cachet, vrijheid van den onderdaan, agio en dergelijke dingen, en toen monseigneur hem trachtte te beteugelen, werd hem geantwoord, dat een Notabele, die geroepen wordt om zijne meening te zeggen, die moet uiten. (3)

Ook toen Zijne Eminentie, de aartsbisschop van Aix, zich eens, op den hem eigen klagenden kanseltoon, in de volgende bewoordingen uitliet: "de tiende, die vrijwillige ga^ van de godsvrucht der (christenen,'' viel hem do hertog de Rociiefoi caii.d op zijn kouden toon, dien hij van de Lngelsclien geleerd had, in de rede: «de tiende, die vrijwillige gave der (.hristenen, waarover tegenwoordig in dit rijk meer dan veertigduizend rechtsgedingen hangende zijn. (4) Ja, Lafayette ging, toen hij genoopt was om zijn gevoelen te zeggen, zoo ver, dat hij voorstelde, een -nationale vergadering" bijeen te roepen. "Gij verlangt Staten-Generaal?" vroeg monseigneur met een voorkomen van dreigende verbazing. «Ja, monseigneur, en zelfs meer dan dat." — «Schrijf het in protocol, zeide monseigneur tot de secretarissen. (5) Diensvolgens staat het geschreven en zal het, wat meer is, ook een feit worden.

ïl) Besenval, III, 220.

(2' Heerendiensten, eone der onbillijkste belastingen, welke, destijds door Turgot afgeschaft, door zijn opvolger Clugny weder werden ingevoerd.

i3) Montoaillard, I, 3G0.

(4) Dumont, Souvenirs sur Mirabeaü, p. 21.

(5) Toilongeon, Histoire de France depuis la Révolution de 1789. (.Parijs 1803) 1. app. -1