is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1788 Augustus.

zich verwijderd, tot de kop geledigd zou zijn. Hare Majesteit wenkte mevrouw Campan om bij haar te komen en fluisterde haar toe : »Groote God, wat nieuws zal heden openbaar worden ! De koning bewilligt de Staten-Generaal." Daarop voegde zij, de oogen ten hemel heffende (als mevrouw Campan zich niet vergiste) er bij: »dat is een eerste trommelslag, kwaad voorteeken voor Frankrijk. Die adel zal ons te gronde brengen." (1)

Gedurende al dat broeden over het cour plénière, wijl Lamoignon een zoo geheimzinnig gelaat zette, had Besenval bestendig die ééne vraag aan hem gedaan: of men geld had? En daar Lamoignon (opliet woord van Loménie) steeds daarop antwoordde, dat het daarmede in orde was, zoo was de verstandige Besenval van oordeel, dat dan alles in orde was. En toch is het een treurige waarheid, dat de koninklijke kas bijna letterlijk ledig is. Al het andere daargelaten, is de »uitnoodiging aan de denkers" en de ophanden zijnde groote verandering reeds voldoende, om "den loop van tkapitaalte stremmen," en alleen dien der vlugschriften te bevorderen. Weinige duizend louis dor zijn thans alles aan geld of geldswaarde, wat in 's konings schatkamer overblijft. Als ineen nieuwen aanval van wanhoop, roept Loménie Necker op om controleur der financiën te worden ! Maar Necker heeft ander werk in het oog dan het controleeren der financiën voor Loménie : met een droge weigering blijft hij zwijgen en wacht zijn tijd af.

Wat moet de tot wanhoop gedreven eerste minister doen ? Beeds heeft hij de hand aan de kas van den koninklijken schouwburg geslagen; voor degenen, die door den hagelslag schade geleden hadden, was eene loterij opgericht: ook van deze maakt Loménie zich in zijn uitersten nood meester. ('4!) Weldra zal het onmogelijk zijn, onder welke voorwaarde dan ook, slechts voor den loopenden dag te zorgen. Op den 10 Augustus hoorde de arme Weber de uitroepers te Parijs en Versailles op de straten met gesmoorde en heesche stem (roix étouffée, sourdc) lijmerig en door den neus een edict opdreunen betreffende de betalingen (dit was de zachte uitdrukking, door Bivarol daarvoor uitgedacht) : Alle betalingen zullen van nu voortaan voor drie vijfde in baar geld en de overige twee vijfde in rentegevend papier gedaan worden ! De arme W eber viel bij het geluid der krakende stemmen, onheilspellend als ravengekras, schier in onmacht; en de uitwerking, die dit op hem maakte, zal hij nooit vergeten. (3)

Maar dan de uitwerking op Parijs, op de wereld in het algemeen ? I it de holen der fondsspeculanten, van de hoogten der économiepolitique, van Neckerisme en philosophisme ; uit alle verstaanbare en onverstaanbare kelen verneemt men een gejouw en gehuil, als geen oor nog immer hoorde. Het oproer zelfs dreigt wellicht ! Monseigneur p'Artois, gedrongen door de hertogin de Polignac, acht zich verplicht zijne opwachting bij Hare Majesteit te maken en haar vrijmoedig te verklaren, in welk een hachelijken toestand de zaken verkeeren. »De koningin weende;' Brienne zeli weende; — want nu is het zichtbaar en tastbaar dat hij moet heengaan.

Er blijft slechts over, dat het hof, aan hetwelk zijne manieren en zoete woorden steeds zoo aangenaam waren, zijn val zacht make. De hebzuchtige grijsaard heeft zich zijn aartsbisdom Taidouse reeds tegen het rijkere Sons laten verwisselen; en thans, in dit uur des mededoogens, zal hij voor zijn neef (die nauwelijks de vereischte jaren heeft) de betrekking van coadjutor (4) verwerven, voor zijne nicht den rang van dame du palais, voor haar gemaal een regiment, voor zicli zeiven een rooden kardinaalshoed, een coup de bois (de vergunning om hout te vellen in de koninklijke bosschen) en over 't geheel tusschcn de vijf- en zesmaal honderdduizend livres inkom-

(1) Campan, III, 104, 111.

(2) Besenval, III, 360.

(3) Weber, I, 339. .

(4) Piorre Frant^ois Marcel do Brienne, zoon van den minister van Oorlog. Hij stierf onder de guillotine in 1794. Coadjutor is de geestelijke, die aaneen aartsbisschop of abt wordt toegevoegd, soms met de aanspraak om hem op te volgen 'cum spe suceedendi).