is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1788, 14 September.

Place Dauphine werden donderbussen en vuurpijlen afgestoken, meer dan genoeg. Een »teenen pop (mannequin d' osier),v in een aarts-bisschoppelijke stola, die zinnebeeldig voor drie vijfden van satijn en voor twee vijfden uit papier is gemaakt, wordt, natuurlijk onder alles behalve diep stilzwijgen, voor de rechtbank des volks gebracht, daardoor veroordeeld, door een nagemaakten abbé de Vermond de biecht afgenomen, en eindelijk op den Pont-Neuf, aan den voet van het standbeeld van Hendrik IV, onder zulk een geknal en gejubel verbrand, dat de ridder Dubois en zijne stadswacht het ten laatste noodig achten, om (min of meer te vergeefs) er op in te rukken, waarop men de schildwachthuisjes verbrandt, met geweld in de wachthuizen dringt, en zelfs des nachts lijken in de Seine werpt om nieuwe uitbarstingen van woede te voorkomen. (1)

De parlementen zullen dus uit hunne verbanning terugkeeren ; het cour plénière en de betaling van twee vijfden in papier zijn verdwenen, in rook opgegaan bij het standbeeld van Hendrik ; de Staten-Generaal (met een politiek duizendjarig rijk) zijn nu zeker, ja gelijk men in overdriftige haast verkondigt, reeds tegen den eerstkoinenden Januari, en alles, gelijk de man te Langres zeide, zal nu goed gaan.

Voor Besenval's profetischen blik is buitendien één ding maar al te blijkbaar, dat namelijk vriend Lamoignon zijn post als zegelbewaarder niet kan behouden, evenmin als graaf de Brienne minister van Oorlog kan blijven. Reeds graaft de oude Foulon, die zelf gaarne minister van Oorlog zou zijn, zijne mijnen. Het is dezelfde Foulon, dien men de urne damnée du Parlement noemt, een man, grijs geworden in verraad, knevelarij, plannenmakerij, intrige en boosheid, die eens, toen men bij een zijner financie-ontwerpen de vraag opperde: «wat zal het volk er van zeggen?" in het vuur zijner rede ten antwoord gaf: »het volk moge gras eten," overijlde woorden, die onherroepbaar uitvliegen, en — tijding zullen terugzenden !

Tot geruststelling der wereld, slaagt Foulon in dit geval niet, en zal nimmer slagen. Maar dat baat den heer de Lamoignon niets. Ook baat het den gedoemden man niets, dat hij een onderhoud met den koning heeft en met een gelaat, dat van vreugde schittert (radieux) terugkeert. Lamoignon is gehaat bij de parlementen; de graaf de Brienne is de broeder van den kardinaal-aartsbisschop. De 24 Augustus is er geweest, de 14 September is er nog niet, waarop zij beiden, als hun groote principaal, zullen dalen, om — gelijk deze, zacht te vallen.

En nu barst, als ware de laatste last van het hart gewenteld en het vertrouwen eerst nu volkomen, Parijs op nieuw in het uitbundigst gejubel uit. Luide verheugt zich de Basoche, (2) dat de vijand der parlementen gevallen is, — luide verheugt zich op nieuw de groote en kleine adel en de burgerstand. Ja, zelfs het gemeen stort eensklaps met nieuwen nadruk uit zijn duistere holen te voorschijn, en verheugt zich, want zelfs tot daar is in de eene of andere ruwe overlevering het nieuwe politieke evangelie doorgedrongen. Het is Maandag 14 September 1788; het gemeen verzamelt zich op de Place Dauphine, laat donderbussen springen, lost buksen, in een ongelooflijk aantal, zonder ophouden achttien uren achtereen. Wederom ziet men als het middelpunt van het eindeloos getier een teenen pop (mannequin d' osier). Maar ook Necker's portret, dat men in een prentenwinkel geroofd of gekocht heeft, wordt in plechtigen optocht, onder luid gejubel, op een stok rondgedragen — een voorbeeld, dat verdient in herinnering te blijven.

Maar de grootste toevloed van volk is op den Pont-Neuf, waarde groote Hendrik IV in brons statig te paard zit. Alle voorbijgangers moeten blijven staan, totdat zij zich voor den volkskoning gebogen en verstaanbaar gezegd hebben: Vire Henri IV,

(1) Histoire parlementaire de la Révolution Francjaise: ou Journal des Assemblees nationales depuis 1789 (Paris 1833 en volg.) I, 253. — Lamkth, Assemblée constituante, I, (Introd.) p. 89.

(2; De Basoche was de vereeniging van procureurs-klerken, die van koning Philips den Schoonen in 1303 verschillende voorrechten verkreeg, o. a. een eigen rechtspraak voor hunne geschillen onderling en voor die met particulieren. Dat privilege bezaten de klerken nog in 1789.