is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 Juli 1789

Van liet eerste morgenkrieken, heeft liet slapelooze permanente comité den ouden, nu bijna razend eu oproerig geworden kreet om wapenen gehoord. De provoost Fi.esseli.es, of wie uwer verrader zij, moge aan de kisten van Cliarleville denken. Wij zijn ten getale van honderd en vijftigduizend en nauwelijks is een derde onzer met een piek gewapend! Wapenen is het eenige, waaraan wij hehoefte hebben; met wapenen zijn wij een onbedwingbare, alle menschen trotseerende nationale garde; zonder wapenen slechts ellendig gepeupel, dat Broglie met een salvo van het geschut uiteen doet stuiven.

Gelukkigerwijze is liet ruchtbaar geworden. — want geen geheim blijft verborgen — dat er zich in liet IIó/cl des Invalides wapenen bevinden. Daar willen wij heen; de procureur deskonings, de heer Ethis de Corny, en welke personen van aanzien het permanente comité ons overigens nog kan toevoegen, zullen met ons gaan. W el is waar is Besetjyal's kamp in de nabijheid, maar misschien zal hij niet op ons vuren, en voor 't overige, zoo hij ons doodt, sterven wij toch slechts.

De arme Besenval, wiens troepen onder de hand wegsmelten, heeft niet den minsten lust om te vuren! Heden morgen ten vijf ure, toen hij, zijne zorgen vergetende, nog droomende in de École militaire te bed lag, stond eensklaps eene gestalte ter zijde van zijn bed, niet onbevallig van gelaat, met vlammende oogen, met rassche afgebroken spraak en een stouten blik. Zulk een gestalte schoof Priamus' (1) gordijnen weg. De boodschap en waarschuwing van die gestalte luidden, dat tegenstand hopeloos zou zijn, en, vloeide er bloed, wee dengene, die het vergoot. Zoo sprak de gestalte en verdween. Kortom, zij bezat eene soort van welsprekendheid, die troi. Besenval geeft toe, dat hij haar had moeten vasthouden, maar dat hij het niet deed. (2) W ie zoude die gestalte met vlammende oogen, zoo kort en afgebroken in zijne woorden, wel geweest zijn? Besenval weet het, maar zegt liet ons niet. Camille Desmoulins? De pythagorist Valady, -'die door heftige voorstellingen heel den nacht in het Palais-Royal geschokt en verhit is?'' De Faam noemt den jongen Meii.lard, (3) en sluit dan voor immer hare lippen over hem.

In ieder geval, ziet, hoe tegen negen uur in den morgen deze vrijwilligers in ontzaglijke menigte zuidwestwaarts naar het IIó/cl des Invalides stroomen, om het eenige, wat noodig is, te zoeken. In hun midden bevindt zich de procureur des konings, de heer Ethis de Corny, en andere ambtenaren; aan het hoofd zijner strijdlustige parochie marcheert, volstrekt in geen vredelievende stemming, de pastoor van St. Etienne du Mont; in den trein zien wij de klerken der Basoche in hun roode rokken, thans vrijwilligers van de Basoche, voorts de vrijwilligers van het Palais-Royal-, nationale vrijwilligers, bij tienduizenden te tellen, allen" één hart en ééne ziei. Des konings geweren zijn de geweren der natie. Bedenk, oude de Sombreuil, hoe kunt gij die in dezen uitersten nood weigeren! De oude de Sombreuil zoude gaarne onderhandelen en koeriers zenden, maar te vergeefs. Men beklimt de muren, terwijl geen invalide een schot doet; de poorten moeten opengeworpen worden. Met tumult dringt het patriottisme naar binnen en verspreidt zicli in alle kamers en gangen, van den drempel tot den nok, als dolzinnig naar wapenen zoekende. Waar is een kelder of hoek, die aan zijne zoekende blikken zou ontsnappen? Eindelijk vindt men de wapenen, allen wel bewaard en in stroo gepakt, — blijkbaar met het doel om ze te verbranden! Gretiger dan hongerige leeuwen over den dooden buit, valt de menigte

(1) De laatste koning van Troje.

(2) Besenval III, 414.

(IJ) Tableaux de la Révolution. Prise de la Bastille. (Eene verzameling in folio van platen en portretten benevens beschrijving: niet zonder leering; een gedeelte daarvan moet van Chamkort zijn).