is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1789, 14 Juli

is wreed! Uw plein de Grève is de kaak van een tijger geworden, vol wild gebrul en bloeddorst. Nog een officier (1) wordt vermoord, nog een invalide aan een lantaarnpaal opgehangen; met moeite en alleen door grootmoedige volharding gelukt het aan de gardes Frangaises de overigen te redden. De provoost Flesselles, reeds lang door een doodelijke bleekheid overvallen, moet van zijn zetel dalen, om in het Palais-Royal gevonnisd — helaas, neen, om bij den eersten hoek van de straat door de hand van een onbekende doodgeschoten te worden ! (2)

O Juli-avond-zon! hoe vallen in deze ure uw zinkende stralen op vreedzame maaiers des velds, op oude spinsters in de hutten, op schepen die ver op den Grooten Oceaan zwalken, op bals in de Oranjerie te Versailles, waar zelfs nu geblankette dames met huzarenofficieren, in dubbel wambuis, dansen, — en ook op die razende hellepoort voor een Hó/el-de- Yille! De toren van Babel met zijne spraakverwarring zou zonder den brandenden waanzin van Bedlam(3) slechts een onvolledig beeld er van zijn. Een onafzienbaar woud van dreigend staal is voor het kiezers-comité geplant, en richt zich met vreeselijke stralen op de borst van dezen en genen beschuldigde. Het was de worsteling der Titans met den Olymp; (4) en zij, nauwelijks konden zij het hopen, hebben overwonnen: wonder der wonderen; uitzinnig — hoe kon het anders! Beschuldiging, wrake; verbijstering der zegepraal op een ijzingwekkend donkeren grond; alles, uiterlijk en innerlijk, in ééne dolle branding overdolven. Het kiezers-comité? Al had het ook duizend metalen kelen, nog zoude het te kort schieten. Beneden in de gewelven is de abbé LEFÈvre (5) zwart als Vuleaan, daar hij sedert achtenveertig uren, onder tallooze gevaren, "de vijfduizend pond buskruit" (6) uitdeelt. Den vorigen nacht was een dronken patriot op den rand van een kruitvat gaan zitten rooken. Daar rookte hij, zonder zich te bekommeren om de wereld, tot de abbé «hem zijne pijp voor drie franks afkocht" en ze ver wegwierp.

In de groote zaal zit, onder het lijdelijk toezien van het kies-comité, met getrokken sabel, die op drie plaatsen gebogen is, — met een gebeukten helm, want hij was van het kavalerie-regiment der koningin — met gescheurde uniform, — een gezengd en zwart aangezicht, niet ongelijk, naar sommiger meening, aan een krijger der Oudheid — Elie, en oordeelt het volk, en maakt eene lijst op van de helden der Bas/Me. O vrienden! bevlekt toch niet met bloed de schoonste lauweren, die ooit op deze wereld werden verworven! Dat is't refrein van Elie's zang, konde het slechts gehoor vinden! Moed, Elie! Moed gevat, stedelijke kiezers! De ondergaande zon, behoefte aan spijs en zucht tot mededeeling zullen verzachting en verstrooiing bewerken: alle aardsche dingen hebben een einde.

Zeven gevangenen uit de BastiJle worden op de schouders door de straten van Parijs gedragen, maar ook zeven hoofden op pieken, de sleutels der Bas/ille, en nog zoo vele andere dingen. Ziet ook de gardes Frangaises met vasten militairen tred weer naar hunne kazerne terugkeeren, met de invaliden en Zwitsers, die zij vriendschappelijk in hun midden genomen hebben. Het is één jaar en twee maanden geleden, dat deze zelfde lieden, zonder deelneming te betoonen, onder Brennus d'Agoust bij het Palais de justice stonden, toen 't noodlot d'EsprémÊnil overviel, en nu hebben zij deelgenomen, en zullen deelnemen. Van nu af zijn ze niet meer gardes Frangaises, maar Gentraal-grenadiers

(1) de Persan.

(2) Het volk was zeer verbitterd op de Flesselles en beweerde in den zak van den vermoorden de Launay een briefje van zijn hand gevonden te hebben, waarin hij dezen verzocht, "tot den avond stand te blijven houden, terwijl hij in dien tussehentijd de I'arijzenaars zou vermaken niet coeardes en beloften." Dit briefje bestond evenwel enkel in de verbeelding van het volk, gelijk Théophile Gauthier in l'An 1789 opmerkt.

(3) Het groote krankzinnigengesticht te Londen.

(4) Uit de Grieksehe mythologie.

(5) De abbé was den 13den belast geworden met het toezicht op het buskruit in het Hótel-d>'- Yille.

(6) Zie pag. 225.