is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1789, 14 J Juli.

van de nationale garde, lieden van ijzeren krijgstucht en stalen moed, en niet zonder gedachte.

Ook hoort men den geheelen avond het aanhoudend donderen van de in het duister neerploffende steenen der Bastille: de papieren der archieven zullen rondfladderen. Oude geheimen koinen aan den dag en lang begravene wanhoop vindt eene stem. Men leze b. v. deze plaats uit een ouden brief: (1) «Wilde monseigneur mij tot mijn troost, om Gods en der heilige Drieëenheid wil, vergunnen, dat ik bericht kreeg van mijn dierbare vrouw, al ware het slechts haar naam op een kaartje, om te toonen dat zij nog in leven is. Het zou de grootste troost zijn, dien ik krijgen kon, en ik zou voor immer Monseigneurs grootmoedig-

De zeven verloste gevangenen der Bastille rondgeleid door de straat St.-Antoine.

heid zegenen." Arme gevangene, gij, die u Quérkt-Démery noemt, en geen andere geschiedenis hebt, — uw beminde vrouw is dood en gij zijt dood ? ijftig jaren is het geleden, dat uw brekend hart deze bede deed, om eerst nu en nog lang na dezen in de harten der menschen gehoord te worden.

Maar zoo verdicht eindelijk de Juli-schemering tot nacht, en zoo moet zich Parijs, als zieke kinderen en alle redelooze schepselen, in een soort van slaap schreeuwen. De stedelijke kiezers, verbaasd dat zij hun hoofd nog overeind vinden, zijn naar huis. Slechts Moreau de St. Mkry, een zuideling van geboorte en hart, (2) maar zeer bedaard van oordeel, en nog twee anderen zullen permanent op het Stadhuis blijven. Parijs slaapt; de glans der verlichte stad stijgt opwaarts, — patrouilles trekken kletterend rond, zonder het gemeen wachtwoord;

(1) Gedateerd: ;i la Bastillo 7 Octob. 1752, en geteekend : Qukret-Dkmery. Bastille dóvoilée; in Lingukt's Mémoires sur la Bastille, (Parijs 1821, pag. 1'j'j.j

2) Hij was in 1750 te Fort-Roval op Martinique geboren.