is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1789, 1 October.

ringen Lestaan, of dat slechts de nauwelijks zichtbare kiem daarvan aanwezig zij. Heeft niet het stedelijk bestuur van Versailles (dat nog oud-monarchaal en nog niet in een democratisch herschapen is) dat voorstel oogenschijnlijk ondersteund?" (1). Ja zelfs de nationale gardes van Versailles, vermoeid van het aanhoudend dienstdoen op liet kasteel, maakten geene tegenwerping; slechts de lakenkooper Lecointre, die thans majoor Lecointre is (2), schudde het hoofd. Ja, vrienden, zeker, het was natuurlijk, dat men dit regiment liet komen, daar men het krijgen kon. Het was natuurlijk, dat het hart van het herzameld Oeil-de-Boeuf op het gezicht van militaire bandeliers opleefde, en de hofdames en hofheeren troostrijke woorden spreken tot de verdedigers met epauletten en tot elkander. Ook dat was natuurlijk en niets meer dan gewone beleefdheid, dat de lijfgardes, een regiment van edellieden, (3) hunne broeders van Vlaanderen op een maaltijd uitnoodigden, om hen te verwelkomen! Zulk eene uitnoodiging wordt in de laatste dagen van September gedaan en aangenomen.

Diners worden omschreven als »de uiterste acte van gemeenschap." I.ieden, <lie in niets gemeenschap met elkaar kunnen hebben, kunnen toch vol sympathie met elkaar eten, kunnen zich bij spijs en wijn tot zekeren gloed van broederschap verherten. Het diner wordt op Donderdag den ien October bepaald, en het moest een heerlijk eflëct hebben. Daar echter zulk een maaltijd wel eens zeer talrijk zou kunnen zijn, en ook de onderofficieren en zelfs de gemeene soldaat toegang dienden te hebben, om te zien en te hooren, zoo vraagt men, of men niet Zijner Majesteits Opera-zaal te dien einde zou kunnen bekomen, waarin, sedert keizer Joseph (4) hier was, geen geluid vernomen is. De Opera-zaal wordt afgestaan, en de salon d'Hercule tot gezelschapskamer bestemd. Niet alleen de officieren van Vlaanderen, maar ook die der Zwitsers, der Honderd Zwitsers en zelfs die van de nationale garde, (diegenen namelijk die eenigermate koningsgezind zijn) zullen feestelijk onthaald worden; het zal een gastmaal worden, zoo als er maar zelden zijn. (5)

(1) Do komst van li^-t rér/immt ile Flandrc wordt in L'Aii I'SU van Hippolyte Gautier aldus verklaard: Reeds eenigen tijd hadden de gardes-fran§aises, die bij liet begin der revolutie zulk een groote rol hadden gespeeld, hun voornemen weder te kennen gegeven om dienst te doen in het kasteel te Versailles. Daar men evenwel aldaar die gardes-fran^aises niet vertrouwde, was reeds aan den kommandant der Versailler nationale garde de vraag gedaan of hij met de zijnen een 1800 gardes-fran^aises zou kunnen tegenhouden. De kommandant sprak er met zijn staf over en de officieren, van meening dat men niet sterk genoeg was, hadden zich tot de municipaliteit gewend met het verzoek een regiment te ontbieden, terwijl dat de Flandrc werd voorgesteld. Dit regiment werd onmiddellijk ontboden.

Toen het regiment was aangekomen, legde het den eed van trouw a in handen van leden van het Versailler gemeentebestuur.

t2> Laurent Lecointre (1750—1805i. Hij heeft in de revolutie een groote rol gespeeld en in dit werk komt hij nog vele malen voor.

i3) De lijfgardes (gardes du corps.) 1300 in getal, waren verdeeld in 4 compagnieën, waarvan de eerste heette écossaise. De compagnieën werden onderscheiden naar de kleur der bandelier, die van de eene was groen, die van de anderen blauw en oranje, terwijl die van de écossaise van zilver was. De uniform bestond in een blauwe jas, vest, broek en roode kousen. Gewone soldaten werden er niet in aangetroffen; men had enkel onderofficieren en officieren.

Het Militaire Huis des Konings bestond uit deze 1300 gardes du corps, de compagnie der CentSuisses, de gardes de la Prévóté de 1' hotel, de 3000 gardes-francaises — in dezen tijd evenwel voor het grootste deel tot de het hof vijandige partij behoorende en, gelijk reeds vroeger gebleken is, voor het meerendeel in de nationale garde opgenomen — en eindelijk de 2000 gardes-suisses. Behalve het Militaire Huis, telde het Fransche leger niet minder dan 103 regimenten linie-troepen, 67 regimenten cavalerie, 7 regimenten artillerie, een corps genie en 15 compagnieën mineurs en werklieden. In het geheel was het leger sterk 200.000 man, onder bevel van 240 luitenants-generaal, 560 maréchaux de camp, 300 brigadiers der infanterie en 200 brigadiers der cavalerie. Eindelijk had men nog de maarschalken van Frankrijk, die onder Lodewijks regeering waren: Richelieu, Bervic, Butadv, Noailles, Moucliy, Duras, Maillv, Daubeterre, Beauvau, Castries, Laval, Devaux, Ségur, Lévis, Choiseul-Stainville en Broglie.

(4) In 1781.

(5) Ook waren tegenwoordig de officieren der »Prévóti , een bereden wapen, oorspronkelijk ingesteld voor de binnenlandsehe veiligheid maréehaussée) en staande onder het bevel van een »prévót" en een luitenant.