is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1789, 5 October.

beau naar den voorzitter, toevallig den ervaren Mounier, en zegt met gedempte stem: * Mounier, Paris marche sur nous (Parijs is tegen ons in aantocht).' — «Is 't mogelijk! (Je n'en sais rien!") — »Gij moogt liet gelooven of niet, ^t gaat mij niet aan, maar Parijs, zeg ik u, is tegen ons in aantocht. Houd u plotseling ongesteld, ga naar het kasteel en verhaal het daar. hr is geen oogenblik meer te verliezen." — Parijs tegen ons in aantocht?' antwoordt Mounier op zwartgalligen toon: ..des te beter! Des te eer zullen wij eene republiek zijn. '(1) Mirabeau verlaat hem, gelijk men een ervaren president verlaat, die blindelings in diepe wateren geraakt, en men gaat voort met de orde van den dag.

Ja, Parijs is tegen ons in aantocht; en meer nog clan de vrouwen van Parijs1. Maillard was nauwelijks vertrokken, of de boodschap van den heer de Gouvion aan alle districten, en het luiden der stormklok en het slaan van den generalen marsch, begonnen hunne werking te doen. Gewapende nationale gardes uit ieder district, vooral de centraal-grenadiers, die onze oude gardes Jrancaises (2) zijn, komen snel na elkaar op het plein de Grèi'c aan. Een «ontzaglijke volksmenigte" is daar verzameld; geheel St. Antoine dringt met pieken en verroeste vuurwapenen derwaarts, het moge welkom zijn of niet. De centraal-grenadiers worden met toejuichingen ontvangen: «wij willen geene toejuichingen,' antwoorden zij somber, «de natie is gehoond; te wapen, en komt met ons om bevelen te ontvangen!" Ha, waait de wind uit dien hoek! Patriottisme en patrouillotisme zijn thans één!

De driehonderd zijn vergaderd, alle comités zijn werkzaam. Lafayette dicteert juist depêches voor Versailles, als zich eene deputatie van de centraal-grenadiers bij hem aanmeldt. De deputatie maakt den militairen groet en spreekt de volgende woorden, die wel van overleg getuigen: »Mon général, wij zijn afgevaardigd dooide zes compagnieën grenadiers. Wij houden u voor geen verrader, maar wij gelooven, dat de regeering u verraadt; het is tijd dat zulks ophoude. W ij kunnen onze bajonnetten niet richten op vrouwen, die om brood tot ons schreeuwen. Het volk is rampzalig, en de bron van het onheil is te Versailles. 'W ij moeten den koning gaan opzoeken en hem naar Parijs brengen. Wij moeten het regiment de Flandre en de gardes-dit-corps uitroeien (exterminer), die zich verstout hebben om de nationale kokarde met voeten te trappen. Is de koning te zwak om de kroon te dragen, laat hij ze dan nederleggen. Gij zult dan zijn zoon kronen, gij zult een raad van regentschap instellen, en alles zal beter gaan." (3) Verbazing en afkeuring teekenen zich op het gelaat van Lafayette en uiten zich van zijne welsprekende lippen: te vergeefs. «Mon général, wij zouden den laatsten druppel van ons bloed voor u vergieten; maar de wortel des onheils is te Versailles; wij moeten gaan en den koning naar Parijs brengen; heel het volk wenscht het, (out le peuple le veut."

Mon général gaat naar beneden op de buitentrap en spreekt tot het volk: maar nog eens te vergeefs. "Naar Versailles, naar 1 ersailles\ De maire Bailly, dien men, door den stroom van het sansculottisme heen, ontboden heeft, beproeft, in zijn vergulde statiekoets gezeten, zijne academische welsprekendheid; maar het eenige, wat hij te weeg brengt, is een eindeloos heesch geschreeuw van: «Brood, brood! naar Versailles!" zoodat bij blijde is naar binnen te kunnen sluipen. Lafayette bestijgt het witte strijdos, laat zich een en meermaal hooren; welsprekend, krachtig, duidelijk geeft hij zijn afkeuring te kennen met alles, behalve met over-

(1) Thiers legt in zijn bovengenoemd werk Mounier de volgende woorden in den mond: «des te beter! Laat men ons allen dooden, maar allen; de staat zal erbij winnen." Waarop Mirabeau zou geantwoord hebben : «de uitdrukking is wel aardig! '

(2; Zie pag. 243.

(3) Deux amis, III, 161.