is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G October 178 9

waard voor twee inan zoo ver te komen? De ongelukkige Dksiiuettks en ^ arigny ! Hun lot was waarlijk droef. Zoo plotseling neergeslingerd in den afgrond, e\en plotseling als de menschen overvallen worden door den sneeuwval van de bergen, op verren afstand van hen gewekt door een trillenden knal, door anderen, niet door hen, veroorzaakt. Toen de klok van t kasteel de laatste maal sloeg, stapten beiden loom heen en weer met het musket op den schouder, meest in spanning op den volgenden uurslag. Dat uur sloeg, maar voor hen onhoorbaar. Hun rompen zijn verminkt, hunne hoofden paradeeren «op pieken van twaalf voet lengte door de straten van Versa Mes, en zullen tegen den middag bij de barrière %an Parijs aankomen, — in afgrijselijke tegenspraak met de groote bevredigende plakkaten, die hier aangeplakt zijn.

De andere gevangene lijfgarde beweegt zich nog, onder ten Indiaansch krijgsgehuil, in een kring om het lijk van Jeróme; de bloedige legelbaard zwaait met opgestroopte mouwen zijn van bloed druipend zwaard, toen Gondran en de grenadiers verschijnen. «Kameraden, kunt gij het aanzien, hoe men iemand in koelen bloede vermoordt?" "Weg, slachters!" roepen gene tot antwoord en de arme lijfgarde is vrij.

Gondran, kapiteins en grenadiers zijn in de weer, doorsnuffelen alle corridors, verstrooien het roofgespuis en zuiveren het paleis. De verminkte lijken worden uit den weg geruimd, Jeröme's lichaam naar het stadhuis gebracht, om hier onderzocht te worden; het vuur des oproers wordt meer en meer tot eene meetbare, handelbare hitte getemperd.

Vreemde dingen van allerlei aard zijn in de algemeene uitbarsting der veelvuldige hartstochten vermengd, het komische, ja het belachelijke met het ijselijke. \ erre over de golvende hoofdenzee ziet men het gespuis, dat op paarden uit de koninklijke stallen zijne luchtsprongen maakt. Dat zijn de roovers, want het patriottisme telt ten allen tijde eenige dieven en schavuiten van beroep in zijne gelederen. Gondran ontrukte hun den buit in het kasteel; daarop snelden zij in de stallen en maakten zich meester van de paarden. Maar de edele Diomedes (l)-rossen, zegt \\ ebf.r, versmaadden dien schurkenlast, en wierpen, met hunne koninklijke hielen achteiuitslaande de meesten, onder het uitbundig gelach der menigte, in liet slijk, en werden weer opgevangen. Rijdende nationale gardes brachten de o\erigen in veiligheid.

Thans ziet men ook het treffende, laatste geflikker der etiquette, die hier in de Cimmerische schipbreuk (2) eener wereld, niet zonder een teeken, zal ondergaan, gelijk de huiskrekel nog tjilpen zal bij het bazuingeschal van den jongsten dag. «Monsieur,'' zeide een ceremoniemeester, (men zou wenschen dat het de Bréze ware,) toen Lafayette in deze verschrikkelijke oogenblikken naar de binnenste koninklijke vertrekken snelde: »Monsieur, Ie roi vous acconle les grandes entrees, daar hij hot niet doelmatig vindt zulks te weigeren! (3)

(1 Diomedes, volgens de Grieksche mythologie, een Thracische koning, die zijne vier paarden met het vleesch van vreemdelingen en gasten voederde, maar op last. van Heracles werd gedood en zijn paarden als voedsel werd voorgeworpen.

2) Volgens de sage zouden de Cimbren (ten onrechte Cimmenërs genoemd) ten gevolge van een grooten" vloed (de Cimbrisehe vloed) zich in 114 v. Chr. uit Noordelijk C.ermanië naar het Zuiden begeven hebben. Dit is zeker, dat zij met de Teutonen vereenigd van at 113 v. thr. de schrik waren der Romeinen, totdat zij in 102 en 101 door den consul Marms successievelijk bij Aquae Sextiae en Vereellae vernietigd werden.

(3) Toui.ongkon, 1, App. 120.