is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voortijlend geloof. Daardoor geleid, is, naar het schijnt, uwe bestemming ijlings naar de stad nergens, waar gij ook zult aankomen! Al wat wij kunnen zeggen is: zorg dat gij als goed ruiter aankomt, dat toch is iets. (1)

Er hebben zich zoo vele nieuwe personen en nieuwe zaken opgedaan, om dit Frankrijk in te nemen. Zijne oude wijze van denken en spreken en de daaruit voortspruitende wijze van handelen veranderen ten eenenmale, en streven naar een onbekend doel. De eenvoudigste boer, die, door bovenmatige inspanning afgemat, des avonds bij zijn haard zit, denkt aan verbrande kasteelen,ofaankasteelendie verbrand kunnen worden. Hoe veranderd zijn alle koffiehuizen, in de provinciën en in de hoofdstad! Het Antre de Procope (2) heeft thans andere vragen te beslissen, dan die van de drie Aristotelische eenheden, geen tooneel-, maar een wereldstrijd; wel gefriseerde redekunstenaars, met ouderwetsche staarten of nieuwerwetsche Brutushoofden, houden er hun luidruchtige vergaderingen, en de chaos doet de uitspraak. De altijddurende melodie der Parijsche salons, die sedert den tijd van Juli aan den Afvallige (3) en zelfs vroeger, en bovendien door den luisterenden hemel gehoord werd, heeft een anderen grondtoon bekomen, nu, gelijk eertijds, dolzinnig.

Hier ziet men den ex-censor Suard — ex-censor, want men heeft thans vrijheid van drukpers — onpartijdig en zelfs neutraal. (4) De tyran Grimm zet groote oogen over een zorgvolle toekomst. (5) De atheïst Naigeon, (G) de geliefkoosde leer-

(1) Joan Baptiste Cloots was in 1755 geboren en studeerde te Parijs, waar hij met de voornaamste litteratoren van den tijd verkeerde. Hij was vol bewondering voor de wetgeving der oude Grieken en hij wilde de wereld demoeratiseeren Vandaar dat hij vele landen bereisde en alom zijne theorieën verkondigde, somtijds met geen aangename gevolgen voor hem zeiven. Later zullen wij hem nog meer ontmoeten.

(2.) Een koffiehuis in het Palais-Royal, waar vele artisten kwamen.

(3) Juliaan de Afvallige (Julianus apostata) was van 361—363 n. Chr. Romeinsch Keizer. Reeds onder de regeering van Constantius, een der zonen van Constantijn den Grooten, was hij tot mederegent benoemd en als Caesar naar Gallië gezonden, waar hij zeer voorspoedig de Alemannen en Franken bevocht. Naijverig op dezen voorspoed vorderde Constantius, dat Julianus een gedeelte zijner troepen naar het Oosten zou zenden, maar het te Parijs samengetrokken leger van Julianus weigerde heen te gaan en riep zijn aanvoerder tot Augustus uit. Julianus aan den wensch der troepen gehoor gevende, trok tegen Constantius op en werd, toen deze onverwacht stierf, de eenige Augustus \an het Romeinsclie rijk. Zijn bijnaam, »de Afvallige" ontleende hij aan het feit, dat hij trachtte het Christendom, als godsdienst van den staat, weder door het Heidendom te vervangen. • r

De door Carlvle gebezigde uitdrukking omtrent de Parijsche salons in dien tijd is eene zinspeling op het hierboven beschreven voorval van Julianus' uitroeping tot Augustus door de Romeinsche legioenen

te Parijs. ,

(4) Jean Baptiste Antoine Suard (1734—1817 ) kwam in 1750 te Parijs en wijdde zich daar aan de studie der letteren, waarin hij spoedig een zeer goeden naam verwierf. Had hij reeds naam gemaakt door zijn Éloge de Montesquieu, nog meer roem oogstte hij in door zijn vertaling van Robertsons History of Charles V, welke vertaling tegelijk met het oorspronkelijke werd uitgegeven. Aan dit succes had hg ook in 1772 zijne benoeming tot lid der Académie franfaisete danken, welke benoeming evenwel door den Koning vernietigd werd, omdat Suard ook medewerker was aan de Encyclopédie. Kort daarna werd hy echter als lid toegelaten en zelfs tot censor benoemd door de regeering, in welke hoedanigheid hij met al

te streng was. , . .

Aan de revolutie nam hij geen werkzaam aandeel, onder het Directoire kwam hij weder meer te voorschijn en werd hy zelfs eens verplicht, als hebbende deelgenomen aan eene samenzwering, uit. het land te wijken. Later teruggekeerd, had hij een groot aandeel aan de reorganisatie der Académie frangaise en

hij overleed in 1817. r>

15) Frédéric Melchior baron Grimm (1723—180"), een Duitscher van geboorte, kwam te 1 arijs op jeugdigen leeftijd, waar hij o. a. voorlezer was bij den prins van Gotha. Door Rousseau werdhijin de encvclopedistische kringen ingevoerd en Rousseau wist hij spoedig bij velen te verdringen. Grimm was grenzenloos verwaand en koket en hij had dan ook den bijnaam van -Tyran le Blanc, eene zinspeling op het belachelijke poederen van zijn gezicht. Hij heeft in vereeniging met Diderot vele werken en werkjes geschreven, arbeidde aan de Encyclopédie en leverde o. a. tweemaal per maand aan vorstelijke abonné's litteraire, philosophische en critische «correspondances." Door Cathenna 11 van Kusland werd hij tot baron verheven en in 1795 was hij Russisch gezant bij verschillende kleinere Duitsclie hoven. Hij stierf te Gotha, 85 jaar oud, den 19 December 1807. , e

16) Jaeques André Naigeon (1738—1810) was medewerker aan de Encyclopédie methodique en sclireet verschillende werken over godsdienst, moraal, enz. Hij gaf enkele werkjes uit van baron Holbai ï zie pag. 61, deel I), bezorgde uitgaven van Diderot's werken, van Rousseau en anderen.