is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met driekleurige lintgordels, en scheppenen kruien gelijk deoverigen; hare Hebe'soogen stralen meer dan ooit van geestdrift, haar lange haren golven in bevallige verwarring, haar kleine vingers zijn hard gedrukt, maar toch brengen zij den patriottischen kruiwagen van de plaats, ja dwingen hem — met eenige hulp, en welke mans-arm zou zich niet overgelukkig rekenen die le verleenen — tot boven op de helling, en springen dan weer naar beneden oin nog meer te halen, met vliegende lokken en linten, vol gratie, gelijk de rozenroode Horen. (1) O, toen de avondzon op dit Maartveld scheen en het dichte, lommerrijke geboomie, dat het van weerszijden insluit, als met vuur tintte, en toen hare stralen juist op de koepels en de twee en veertig vensters van de École militaire vielen, en die alle als gepolijst goud deden schitteren — zag zij toen op haar wijde hemelbaan een tweede schouwspel gelijk dit ? Een levende tuin met zulke bloemen beplant, in alle kleuren van het prisma, het schoonste vriendelijk vereenigd met het nuttigste, allen door één warm gevoel bezield, gelijk broeders arbeidende, al ware het slechts voor dagen, eenmaal en niet ten tweeden male! Maar de nacht, ook deze nachten zinken weg in de eeuwigheid ! Zelfs de haastigstc reiziger op weg naar Versailles houdt op de hoogte van ChaiUot den teugel aan, ziet eenige oogenblikken over de rivier heen en vermeldt niet zonder tranen te Versailles wat hij gezien heeft. (2)

Middelerwijl komen van alle windstreken bondsluiters aan ; gloeiende kinderen van het Zuiden, die trotsch zijn op hunnen Mirabeau, bedachtzame koudbloedige bewoners van het Jurageberg/e; gloeiende Bretagners met hunGaëlische onstuimigheid; Normandiërs, die zich in den handel niet laten verschalken, —allen door het edelste vuur van het patriottisme bezield. De broeders van Parijs trekken uit om hen te ontvangen, met militaire praal, met broederlijke omarmingen en eene gastvrijheid de heldeneeuwen (3) waardig. De bondsluiters zijn tegenwoordig bij de handelingen der nationale vergadering, men heeft de galerijen voor hen afgezonderd. Zij bieden de behulpzame hand bij den arbeid op het Maartveld; alle nieuw aankomenden leggen de hand aan de spade en tillen een bak met aarde op het Altaar des ^ aderlands. Maar nu verbeelde men zich de rhetorische bloempjes — want het is een gesticuleerend volk — het zedelijk verhevene der adressen aan de verheven vergadering en den patriottischen Hersteller! • >nze kapitein van de Bretagner bondsluiters (4) knielt zelfs in eene vlaag van geestvervoering neder en overhandigt, met tranen in de oogen, zijn zwaard aan een koning die ook tranen stort. Arme Lodewijk! Gelijk hij zelf later betuigde, behoorden deze dagen tot de schoonste zijns levens!

Ook aan wapenschouwingen mag het niet ontbreken, aan koninklijke wapenschouwingen over de bondsluiters, waarvan de koning, de koningin en het tricolore hof toeschouwers zijn; ten minste zullen onze bondsluiters, wanneer het, gelijk maar al te dikwerf gebeurt, regent, door de binnenpoorten marcheeren, waar het koningschap voor den regen beveiligd is. Ja, wanneer hier toevallig halt gemaakt wordt, konden de schoonste vingers in Frankrijk u wel eens zachtjes aan de mouw trekken en met de liefelijkste stem vragen: ..Mijnheer, uit welke provincie zijt gij?" Gelukkig hij, die met neergebogen zwaard ridderlijk ten antwoord kan geven: «Madame, uit de provincie waarover uwe voorzaten regeerden." Hij, de gelukkige provinciaal-advocaat, thans provinciaal bondsluiter, zal met een zonnig lachje beloond worden en met de blijde welluidende, tot een koning gerichte woorden: ..Sire, dat zijn uw getrouwe Lotharingers!" Inderdaad is ook het hemelsblauw met roode opslagen, dat de nationale garde in deze feestdagen draagt, vroolijker dan het donker zwart en grijs van een provinciaal-advocaat, waaraan men op werkdagen gewoon is. Want dezelfde

(1) Bij de Grieken de schenksters van goede gaven, veelal voorkomende in gezelschap van de bratien. 1

(2) Mercier, II. pag. 81.

(3) Eene zinspeling op den vóórhistorischen tijd der Hellenen Grieken).

(4) Uit Bretagne waren ongeveer 400 gefedereerden gekomen.