is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergadering ging, werd hij in de zijgangen met hoon en spot en openlijke beleedigingen door de rovalisten ontvangen. Het menschelijk geduld heeft zijne grenzen. »Monsieurzeide Lamkth, zich tot zekeren Lautrec wendende, een gebochelde of in eenig'ander opzicht mismaakte, maar die een scherpe tong had en een Zwarte van de donkerste tint was: »monsieur, indien gij een man waart om mee te vechten !' „Dat ben ik!" roept de jonge hertog van C\stries. (1) Snel als de bliksem antwoordt Lameth: «Toiit a l'heure, terstond dan!" En zoo ziet men, terwijl het reeds donker begint te worden, in het Bois de Boulogne twee mannen met leeuwenblikken in een behendige stelling, met de zijde naar voren, met den rechtervoet voor, stoccado en passado, in tertsen en kwarten zwaaien en stooten, met het oogmerk om elkaar te doorboren. Ziet, daar doet de doldriftige Lameth met al zijn gewicht een woedenden uitval, maar Castries springt vlug ter zijde, Lameth doorklieft slechts de lucht — en brengt zich met de punt van Castries degen een diepe snede aan zijn uitgestrekten linkerarm toe. Daarna wordt, na behoorlijk bloeden, verbleeken, chirurgijns-verband en andere formaliteiten, het duel, tot wederzijdsche

voldoening, als afgedaan beschouwd.

Maar zal er dan in het geheel geen einde aan komen? De geliefde Lameth heeft1 een diepe wond en is niet buiten gevaar. Zwarte verraderlijke aristocraten dooden de verdedigers van het volk, doorboren hen, niet met bewijzen, maar met puntige degens. En de twaalf Spadassins uit Zwitserland, en het aanzienlijk getal sluipmoordenaars, die zich op de schietplaatsen oefenen? Zoo denkt en schreeuwt liet verwoede patriottisme gedurende zes en dertig uren met steeds stijgenden toorn.

Na verloop van "die zes en dertig uren, op Zaterdag den 13d"", zijn wij getuigen van een nieuw schouwspel: de straat de Varennes en de naburige boulevard des Invalides geraken opgevuld met een bonte, woelige menigte; het hotel Castries is als een dolhuis, door den duivel bezeten; uit alle vensters vliegen bedden, lakens en gordijnen, goud- en zilverwerk, spiegels, schilderijen, beelden, commodes chiflonières, en alle mogelijke huisraad, te midden van het gejuich des volks, doch zonder dat het geringste gestolen wordt, want het geroep gaat: »"\\ ie maar een spijker steelt zal gehangen worden." Het is een plebiscitum of informeel beeldstormersbesluit van het gepeupel, dat men bezig is ten uitvoer te leggen ! - Het stadsbestuur siddert en beraadslaagt, of het de krijgswet toepassen en den drapeau rouge■ {d) uitsteken zal; in de nationale vergadering hoort men luide klachten of nauwelijks onderdrukten bijval; de abbé Maury is buiten staat om te bepalen, of het beeldstormende gepeupel veertig- of wel tweemaal honderdduizend man sterk is.

Deputatiën en snelle boden, want het is vrij ver aan de overzijde der rivier, trekken heen en weer. Lafayette en de nationale garde begeven zich, doch zonder drapeau rouge, en blijkbaar niet in de grootste haast, op weg. Ja, op de schouwplaats aangekomen, groet hij met den hoed in de hand, alvorens hij de bajonetten laat opsteken. Wat baat het? Het -plebeïsche hof van cassatie," gelijk de geestige Camille het noemt, heeft zijn werk volbracht, het komt naar buiten met losgeknoopte vesten en omgekeerde zakken; rechtvaardige verwoesting, geene plundering is bedreven! Met onuitputtelij geduld vermaant de held van twee werelden; door overreding, met zekeren zachten dwang, schoon ook met opgestoken bajonetten, brengt hij de menigte tot bedaren en verstrooit hij haar. Den volgenden dag gaat alles zijn gewonen gang.

Onder zulke omstandigheden mag evenwel de hertog de Castries wel "aan den president schrijven," mag zich wel over de grenzen begeven, om troepen op de been te brengen, of wat anders in hem is, te doen. Het royalisme ziet geheel en al van zijne vechtmethode af, en de twaalf Spadassins keeren naar Zwitserland of naar het land der

(1) Armand Nicolas Augustin, hertog de Castries, geboren in 1756, was een der vurigste royalisten, die spoedig na dit voorval emigreerde en eerst in 1814 terugkwam.

(2) Ziepag. 24. 16

II