is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de emigranten bedienen, daar het geheele volk hen zoozeer haat. (1) Ook zal de oude krijgsgod de Brogue (2) de handen niet in 't spel hebben, maar alleen onze wakkere Bouillé, aan wien de geredde koning op den dag der samenkomst, onder het gejuich van alle troepen, den maarschalkstaf zal overhandigen. Ware het middelerwijl, daar Parijs zoo wantrouwend is, misschien niet goed, zoo men, ten schijn, aan de buitenlandsche gezanten een constitutioneelen brief schreef, (3) waarin men alle koningen en menschen verzoekt wel op te merken dat koning Lodewijk de constitutie bemint, dat hij vrijwillig gezworen heeft, en thans wederom zweert haar te handhaven, en al diegenen onder zijne vijanden zal rekenen, die het tegendeel durven beweren? Zulk een constitutioneele circulaire wordt door koeriers afgezonden,

o i

in vertrouwen aan de nationale vergadering medegedeeld, en in alle nieuwsbladen gedrukt, met den schoonsten uitslag. (4) Veinzen en ontveinzen spelen een groote rol in de menschelijke zaken.

Intusschen ontwaren wij dat graaf Fersen een veelvuldig gebruik van zijn toegangkaart maakt, hetgeen hem inderdaad ook volkomen vrijstaat. Het is een wakkere soldaat en Zweed, die der bevallige koningin zeer is toegedaan — gelijk dat immers ook de hoogstgeplaatste Zweed thans is. Heeft niet koning Gustaaf, de vurige Chevalier du Nord, volgens oud ridderlijk gebruik, gezworen haar kampvechter te zullen zijn? Op vurige vleugels van Zweedsche musketiers wil hij nederdalen en haar van deze snoode draken verlossen, — indien, helaas, de pistool van den sluipmoordenaar hem dit niet belet! (5)

Maar graaf Fersen schijnt werkelijk een bevallig, jong soldaat te zijn, vlug en vaardig van manieren; hij is overal, gezien en niet gezien, en heeft zaken aan de hand. . Ook de kolonel hertog de Choiseul (6), neef van Choiseul den groote, van Choiseui. thans overleden, (7) deze en de ingenieur Goguelat reizen heen en weer tusschen Metz en de Tuilerieën, en er worden brieven in cijfers gewisseld, van welke er een, juist een zeer gewichtige, moeilijk te owfcijferen is, daar Fersen hem in de haast gecijferd heeft. (8) Wat den hertog de Vii.lequier

(1) Bouillé, Mémoires, II, 10. Zie ook Campan. II, 107, waar gezegd wordt, dat de koningin beducht was voor den invloed van de partij van Coblentz — het hoofdkwartier der emigranten — en voor dien van Calonne, dien zij, wegens zijne terecht of ten onrechte beweerde medewerking aan de mémoires van Lamotte (zie pag. 89, deel I en noot 2 op pag. 125, deel I ) haatte.

(2i Zie pag. 205, deel I.

i3) Zie noot 2 op pag. 156.

(4) Moniteur, Séance du 23 Avril 1791. — In de Revue Chronologique de l'histoire de France pag. 73 wordt medegedeeld, dat de koning den 16'1*'11 Juni in het geheim een protest opstelde tegen verschillende decreten, die hij bekrachtigd had of nog zou bekrachtigen. Zulk een protest had hij. volgens Bouillé, Memoires, reeds na 6 October 1789 aan den koning van Spanje gezonden.

(5) Gustaaf III (1771—1792) had na zijne troonsbestijging de partij van den adel, die toen, in twee groepen, de Hornsche (Russisehgezinde) en Gyllenborgsche (Franschgezinde) verdeeld, de macht in Zweden in handen had, ten val gebracht, zeer tot genoegen van het volk, maar door zijne prachtliefde en den ongelukkigen afloop van den oorlog met Rusland (1788—1790) maakte hij zich ook bij het volk gehaat. Nadat de vrede met Rusland gesloten was, vormde hij het plan om aan het hoofd van een leger van bondgenooten de Fransche revolutie te gaan bestrijden en Lodewijk XVI in al zijne vroegere rechten te herstellen. Na voor dit doel reeds een bondgenootschap met Catharina II van Rusland te Aken te hebben aangegaan en een Rijksdag te Gefle te hebben samengeroepen, werd hij in zijne plannen tegengewerkt door den ontevreden adel, van wie een hunner, Jakob Ankarström, den koning op een gemaskerd bal (nacht van 15 op 16 Maart 1792 > verraderlijk neerschoot, aan welke doodelijke verwonding Gustaaf 29 Maart overleed.

(6) Claude Antoine Gabriel, hertog van Choiseul-Stainville (1762—1S39) diende onder Bouillé en was door dezen belast met de onderhandelingen met Lodewijk XVI over diens vlucht. Na de mislukking emigreerde hij en diende hij in het leger van Condé. In 1795 leed hij, bij zijn tocht naar Indië, schipbreuk op de Fransche kust en werd hij in de gevangenis geworpen, waarin hij tot 1800 bleef. Onder de restauratie bestreed hij den ijver der ultra-royalisten en hij was dan ook bij de revolutie van 1830 een der leden van liet voorloopig bewind. In 1839 overleed hij als gouverneur van het paleis du Louvre

(7) In 1785.

(8) Choiseul, Relation du départ de Louis XVI (Parijs, 1822 , pag. 39. Volgens Dulaure, I, 417, had de graaf Louis de Bouillé acht uur noodig om den brief te ontcijferen.