is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En de strenge kwartiermeester (1) spoort zijn ros en verwekt — gelijk hier te Clermont — een schor trompetgeschal, dat de reeds naar bed gegane dragonders naar buiten roept. De wakkere kolonel de Damas krijgt voor een deel zijne manschap te paard; de jonge vaandrig Remy rent met een klein aantal weg. Maar het patriottische plaatselijk bestuur is ook hier te Clermont op de been, de nationale garde schreeuwt om scherpe patronen en het dorp wordt van zelf «geïllumineerd" — daar flinke patriotten ras uit het bed springen, vuur slaan, een eindje kaars of schrale olielamp aansteken, tot alles flikkert en flonkert, zoo flink zijn zij! Overal een caniisado of tumult in hemden, de stormklok luidt, de dorpstrom slaat woedend de générale, als hier te Clermont onder illuminatie; razende patriotten tieren en dreigen! De wakkere kolonel de Damas spreekt in het oproer van het razende patriottisme eenige vurige woorden tot de ruiters die hij bijeen heeft: «Kameraden, te Sainte Menehould gehoond, koning en vaderland eischen uw arm!" en geeft daarop liet kommando: Trekt de sabels. Ongelukkig echter slaan de ruiters slechts aan het gevest en steken de kling nog dieper in de schecde. «Wie voor den koning is volge mij!" roept de Damas in wanhoop en galoppeert voort, hij en een enkel paar loyale ondergeschikten, in de duisternis van den nacht. (2)

Nacht, die zijn gelijken niet heeft in Clermontais, de kortste van het jaar, de merkwaardigste der eeuw, een nacht die verdient de nacht der sporen te heeteu! De vaandrig Rémy en de weinigen die hem volgden, hebben hun weg gemist; zij galoppeeren uren lang in de richting van Verdun, daarna uren lang door een overal omheinde streek, door in beweging zijnde gehuchten, in de richting van Varennes. Ongelukkige vaandrig Remy, nog ongelukkiger kolonel de Damas, die slechts door twee loyale ondergeschikten vergezeld wordt. Meer rijden er niet van de Clermontsche escorte; van de overige escortes in andere dorpen kunnen er zelfs geen twee rijden, allen moeten rechtsomkeert maken, daar de stormklok en de zelf-geïllumineerde dorpen liet wegrijden beletten.

En Drouet rijdt met den schrijver Guillaume, en het landvolk loopt. Goguelat en de hertog de Choiseul jagen over berg en dal, door bosschen en moerassen; huzaren vallen in kuilen en liggen drie kwartier in bezwijming, terwijl hunne kameraden niet zonder hen willen inarcheeren. Welk een avondrit van Pont-de-Somtnevelle, welke dertig uren, sedert de Choiseul Pa>-ijs verliet, met Leonard, den kamerdienaar der koningin, bij zich in het rijtuig! De zwarte zorg zit achter den ruiter. En zoo jagen zij langs berg en dal, jagen het gevogelte op en vertrappen het geurende kruid, verschrikken het oor van den nacht. Maar luistert, wat is dat, om twaalf uur, naar gissing, want zelfs de sterren zijn verdoofd! Luistert! Klinkt daar niet de stormklok uit Varennes? De huzaren-officier houdt den teugel in en luistert: «Ongetwijfeld brand!' — niettemin rijdt hij schier ademloos voort, om zich te vergewissen.

Ja, wakkere vrienden, die uw uiterste best doet, het is eene soort van brand, die moeilijk te blusschen is. De berline van barones de Korff, deze geheele rijdende lawine nog altijd mooi vooruit, bereikte, in weerwil van liet schorre gefluister van den onbekende, met goede hoop tegen elf uur (3) het kleine onaanzienlijke dorp Varennes. Liggen nu niet alle steden achter ons, Verdun, dat wij ontweken hebben, aan onze rechterhand? Is men niet in zekeren zin binnen het bereik van Bouillê zeiven, terwijl de duisterste zomernacht ons begunstigt?... En zoo houdt men op een heuvel aan het zuidelijke einde van het dorp stil, in afwachting van de versche paarden, die de jonge Bouillé, Bouillé's eigen zoob, benevens een escorte huzaren, gereed zoude houden; want in dit dorp is geen post. Maar, ontzettend denkbeeld, er zijn paarden noch huzaren hier! Doch neen, sterke paarden, een behoorlijk span, dat den hertog van

(1) Zie liet vorige Hoofdstuk.

(2) Procés-verbal da directoire de Clermont. (In Choisei l, pag. 189—195.)

(3) Volgens Dulaure, te half twaalf.