is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maire van Vaison begraven alvorens hij gestorven was. (1) De vruchtbare zaadakkers worden niet geoogst, de wijngaarden worden vertrapt, er beerscht bloedige wreedheid, de waanzin van algemeene verbittering, overal verwoesting en regeeringloosheid, een allergeweldigste brand, maar die niet licht, hier niet opgemerkt kan worden! N'adat eindelijk de nationale vergadering commissarissen gezonden en smeekschriften gehoord had, nadat zij maanden achtereen, zelfs sedert Augustus 1789, herhaalde beraadslagingen gehouden, en in het geheel "dertig zittingen" aan deze zaak besteed had, besluit zij, gelijk we zagen, (2) op den 14de" September, dat Avignon en het graafschap bij Frankrijk ingelijfd, en Zijne Heiligheid de Paus in redelijkheid schadeloos gesteld zal worden. (3)

En is daarmede nu alles vergeven en ten einde? Helaas, wanneer de waanzin der verbittering eens door 't bloed is geslagen en aan beide zijden galgen werden opgericht met bengelende lichamen, wat vermag dan een perkamenten decreet en een Lafayettische amnestie? Geen Lethes/room (4) vloeit boren op aarde! Pauselijke aristocraten en patriottische brigands zijn elkaar nog, gelijk vroeger, een doorn in 't oog, verdacht en verdenkende, in alles wat zij doen en laten. De verhevene constitueerende vergadering is nauwelijks veertien dagen uiteengegaan, of de ongebluschte brand barst eensklaps op Zondagmorgen den 16de" October 1791 in lichterlaaie vlam uit. Want de muren zijn met anticonstitutioneele plakkaten bedekt, en het standbeeld der heilige maagd moet tranen gestort hebben en rood geworden zijn. (5) Derhalve besluit nog dienzelfden morden de patriot l'Escuyer, een der «zes leidende patriotten," na met zijne broederen en generaal Jouriian beraadslaagd te hebben, om in gezelschap van een of twee vrienden naar de kerk te gaan, niet om de mis te hooren, waarom hij zich weinig bekreunt, maar om hier de pauselijken in massa aan te treffen, ja om juist die weenende maagd aan te treilen, — want het is in de kerk der Cordeliers — en een terechtwijzend woord tot hen te richten. Eene avontuurlijke zending, die den treurigsten uitslag heeft! Wat l'Escuyer's terechtwijzend woord geweest zij, vermeldt geene geschiedenis; maar het antwoord daarop is een gillend gehuil van de aristocratisch-pauselijke godsvereerders, onder wie zicli niet weinig vrouwen bevinden; een duizendstemmig dreigend gegil, dat, daar l'Escuyer niet vlucht, een duizendhandig dringen en duwen, een duizendvoetig schoppen en trappen wordt, benevens het steken van naaisters-stilettos, scharen en priemen en andere vrouwelijke werktuigen. Ontzettend gezicht! En rondom slapen de oude dooden en Petrarca's Laura (6), en het hoogaltaar en de brandende kaarsen zien er op neer, en de Maagd zonder een enkelen traan te storten en met de natuurlijke kleur van den steen! — De een of twee vrienden van l'Escuyer snellen weg als Jobsboden om Jourdan en de nationale macht. Maar de logge Jourdan wil zich eerst van de stadspoorten meester maken, en loopt niet driedubbel snel, als hij moest; toen hij in de Cordeliers-kerk aankwam, was zij ledig en stil; slechts l'Escuyer ligt daar, in zijn bloed badende, aan den voet van hel hoogaltaar, met scharen doorboord, onder de voeten getrapt, vermoord, — geeft nog een enkel dof gesteun van zich en blaast dan voor immer den adem uit.

Waarlijk! een gezicht om het hart van ieder mensch te roeren, veelmeer nog dat van eene menigte menschen, die zich zei ven brigands van Avignon noemen! Het lijk van l'Escuyer wordt, op eene baar, met een lauwerkrans om het akelige hoofd, onder een veelstemmigen, niet-melodieusen lijkzang die meer diep dan luide

(1) BarbaROüx. Mémoires, pag. 26.

2) Zie pag. 203.

'3) Lesckne Dksmaisons, Compte rendu a l AssemWlée nationale, 11 Sopt. 1791 (Clioix de rapports, VII, 273—293).

(4) De stroom der vergetelheid in do Griekfche onderwereld.

(5) Procés-verbal de la commune d'Avignon etc. (Histoire parlementaire XII, 419—423.)

(6) Ugo Foscolo, Essay on Tetrarch, p. 35.