is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den hoogen raad van Orleans gevonnisd zullen worden: Veto! (1) Wat voorts de onbeëedigde priesters betreft, zoo werd in November laatstleden (2) besloten, dat zij hunne pensioenen verliezen, onder toezicht gesteld en des noods verbannen zullen worden : Veto! (3) Een nog scherper maatregel zal volgen, maar ook op dezen zal het antwoord : Veto! zijn.

Het eene reto op het andere, de duimschroef verlamd! Goden en menschen kunnen zien dat de wetgevende vergadering zich in een valschen toestand bevindt. Helaas, wie is ook in den rechten ? Reeds beginnen sommige stemmen om eene «nationale conventie" te morren. (4) Deze arme wetgevende vergadering toch, door geheel Frankrijk en geheel Europa tot werkzaamheid aangespoord, vermag niets, kan slechts krakeelen en redevoeringen houden, bij onstuimige «motiën" en eene motie, (beweging) waarin geen richting is; bij opgewondenheid, geraas en rookende woede!

Welke tooneelen heeft men niet in de vergaderzaal! l)e voorzitter klingelt, maar wordt niet gehoord, of zet, t,en teeken van uitersten nood, den hoed op; na twintig minuten bedaart de opschudding en een of ander onbescheiden lid wordt voor drie dagen naar de gevangenis der Abbaye gezonden! Verdachte personen moeten gedagvaard en verhoord worden; de oude Sombreuil van de Invaliden, (5) moet rekenschap van zich zei ven geven en waarom hij zijne poorten openlaat. Een ongewone rook, die aan eene samenzwering deed denken, ging van de porseleinfabriek van Sèvres op; de werklieden verklaarden, dat zulks van de door hare Majesteit opgekochte Mémoires der HalssnoerLamotte kwam, die zij door vuur trachtte te vernietigen, (6) — doch die thans nog ieder, wie wil, kan lezen.

Voorts schijnt het, dat de hertog de Brissac en de constitutioneele garde (7) des konings «in de kelders heimelijk patronen maken": het is eene bende zuivere en onzuivere royalisten; velen van hen zijn ware gorgelafsnijders, uit speelhuizen en schuilhoeken bijeengezocht; in 't geheel zesduizend, in stede van achttienhonderd, die blijkbaar ons schuins aanzien zoo dikwerf wij in het kasteel komen. (8) Derhalve worde dan, zoo luidt na eindelooze debatten het besluit, Brissac en de koninklijke garde ontbonden. En daarmede zijn ze ontbonden, na slechts twee maanden bestaan te hebben; want eerst in Maart van ditzelfde jaar kwamen zij tot stand. Zoo eindigt eensklaps 's konings nieuwe constitutioneele maison militaire; hij moet zich thans weer door enkel Zwitsers en blauwe nationale gardes laten bewaken. Dit schijnt het lot te zijn van al wat constitutioneel is. Een nieuwe maison civile wilde hij niet eens inrichten, hoezeer Barnave ook daarop aandrong; de oude achtergeblevene hertoginnen haalden den neus op en hielden zich op een afstand; bovendien achtte Hare Majesteit het niet der moeite waard, daar de adel toch zoo spoedig zegevierend terug zou zijn. (9)

(1) Dit is niet geheel juist. Wel had de Koning zijn veto uitgesproken over het decreet van 9 (volgens Dulaure 8) November, waarbij Monsieur werd opgeroepen om met 1 Januari 1792 in Frankrijk terug te keeren, zoo hij niet zijn recht op den troon wilde verliezen, en had hij den I2'le" November eene proclamatie tot de emigranten gericht om hen tot hun plicht te brengen, maar tegen het decreet van 2 Januari 1792. waarbij de Vergadering definitief Monsieur vervallen verklaarde van zijne rechten op den troon en waarbij hij, de graaf van Artois, de prins de Condé, Calonne. La Queuille, Grégoire Riquetti voor de Haute Cour te Orleans gedagvaard werden, sprak Lodewijk X\I zijn veto niet uit; liij bekrachtigde dit decreet op 13 Januari 1792. Ook het decreet van 9 Februari 1.92, waarbij de

goederen der emigranten ten bate der natie werden verbeurdverklaard, werd bekrachtigd op 13 Februari.

Vergelijk Dulaure, II, pag. 8—11.

Mignet geeft daarentegen weder eene andere lezing; deze zegt in zijne Histoire de Ia re'vohition franeaise, dat de Koning wel het decreet tegen zyn broeder bekrachtigde, maar zijn veto uitsprak over dat tegen de overige emigranten.

(2) Zie noot 7 op pag. 225.

(3) 19 December 1791.

(4) December 1791. (Histoire parlementaire, XII, 257).

f5) Zie pag. 288, deel I.

(6) Moniteur, Séance du 28 Mai 1792, Campan, II, 19C.

(7) Zie pag. 200.

(8) Dumouriez. II, 10S.

(9) Campan, II, 19.