is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dere meening en de dejeuners op liet plein Vendóme het beslist. De nauwgezette Roland, dien men met een quaker endimanché of zondags-kwaker vergelijkt, gaat ter handkus naar de Tuilerieën, met een ronden hoed op, glad haar, de schoenen slechts met linten toegebonden. De ceremoniemeester trekt Dumouriez ter zijde: »Quoi monsieur! Geene gespen aan zijn schoenen?" «Ach, monsieur," antwoordt Dumouriez, met een blik op de linten, «alles is verloren, tont est perduï'(Y)

En zoo trekt dan onze schoone Roland van hare bovenvertrekken in de straat St. Jacques naar de prachtige salons, die madame Necker eenmaal bewoonde. Ja, vroeger nog was het Cai.onne, (2) die dit alles verguldde; hij sleep deze kroonkandelaars, deze Venetiaanschc spiegels, hij legde deze blank gepolijste vloeren en maakte het door wrijven met de rechte lamp tot een Aladdins-paleis; en ziet,

Emile Clavière. Joseph Servan.

thans zwerft hij in duistere schaduw door Europa, terwijl hij schier in den Rijn verdrinkt, en slechts met moeite zijn papieren redt. Vos non robis! De schoone Roland, tegen ieder lot opgewassen, houdt des Vrijdags haar openlijk diner, waaraan alle ministers deelnemen: na het afnemen der tafel begeeft zij zich aan haren lessenaar en schijnt ijverig te schrijven, verliest echter geen woord; wanneer, bij voorbeeld, de afgevaardigde Brissot en de minister Clavière in een te vurigen strijd geraken, komt zij, niet zonder bedeesdheid, maar toch met verstandige bevalligheid, tusschen beide. Het hoofd van den afgevaardigde Brissot begint, zegt men, op deze onverwachte hoogte te duizelen, gelijk liet met zwakke hoofden wel meer gaat.

Wangunstige menschen geven te kennen, dat de vrouw Roland en niet de man Roland minister is; gelukkig het ergste wat men haar verwijten kan. Wiens

(1) Madame Roland, II, SO—115. '2) Zie pag\ 99 en volgende, deel 1.