is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van dat alles is men wellicht door toegangkaartjes op de verontwaardigde Tuilerieën verwittigd geworden. Roode Zwitsers letten met verdubbelde opmerkzaamheid op hunne traliepoorten, — doch er is toch zeker geen gevaar! Blauwe grenadiers van de sectie Filles St. Thomas hebben heden den dienst, mannen van agio, gelijk wij zagen, (1) met volle beurzen, linten kokarden, onder wie Weber dient. Een aantal hunner, benevens verscheidene Feuillants-notaliiliteiten, onder welke ook Moreau de St. MÉry van de drieduizend bevelen, (2) hebben in een nabijgelegen logement veel aanzienlijker gemiddagmaald. Het maal is afgeloopen en nu worden er loyaal-patriottische toasten ingesteld, terwijl de Marseillanen, bloot nationale patriotten, bezig zijn zich aan hun eenvoudig in Delftsch aardewerk opgedischt maal te plaatsen. Hoe het kwam, blijft tot op den huidigen dag onbewijsbaar, maar het werkelijk feit is, dat eenige van deze Filles St. Thomas-grenadiers, die misschien een weinig bedwelmd, maar voorzeker nog niet vol waren van drank, naar buiten gingen met het bepaalde doel om den Marseillanen of den Parijschen patriotten, die daar in menigte wandelden, te bewijzen, dat zij, de mannen van Filles St. Thomas, wel beschouwd, geen hair minder patriottisch zijn dan ieder andere menschenklasse, wie zij ook zijn moge.

Een onberaden ondernemen! Want hoe kan de rondwandelende menigte zoo iets gelooven, of anders dan daarover spotten, totdat de grenadiers, tergend en getergd, naar hunne sabels grijpen, waarop zich een gillend geschreeuw verheft: »A nous, Marseillais, helpt, Marseillanen!" Snel als de bliksem, want het eenvoudig maal was nog niet opgedischt, vliegt de herberg open; door deur en vensters loopen en springen de vijfhonderd en zeventien (3) nuchtere Marseillanen naar buiten en staan met de bloote sabel op de kampplaats. Wilt gij parlementeeren, kapiteins van de grenadiers en ambtelijke personen, met gezichten, die, gelijk getuigen verklaren, eensklaps verbleekten? (4) Raadzamer ware een oogenblikkelijke, tamelijk snelle terugtocht! De grenadiers van Filles St. Thomas trekken af, eerst den rug, daarna helaas, het gezicht vooruit, in driedubbel gezwinden pas, terwijl de Marseillanen, volgens de verklaring van een getuige, »als leeuwen hen over heggen en sloten heen nazetten. Messieurs, het was een indrukwekkend gezicht!'

Zoo trekken zij af, de Marseillanen hen achterna. Al sneller en sneller gaat het naar de Tuilerieën, waar de ophaalbrug de massa der vluchtelingen opneemt en redt, of wel, het groene slijk in die gracht doet dien dienst. De massa, niet allen, och neen! Moreau de St. MÉry bij voorbeeld, die te vet was, kon niet snel genoeg vluchten, hij bekwam een houw, slechts een platte houw over de schouders, viel voorover en verdwijnt aldus uit de geschiedenis der omwenteling. Ook aan sneden en steken in vleezige achterdeelen, aan gescheurde kleederen en andere verwoesting ontbrak het niet. Maar welk een lot viel den armen onderluitenant Diiiamel, een onschuldigen wissel-makelaar, ten deel! Hij keerde zich met een pistool tegen zijne vervolgers, vuurde en schoot mis, trok een tweede pistool, vuurde en miste weer, en zette het toen op een loopen, maar ongelukkig te vergeefs. In de straat St. Florentin werd hij gegrepen en in gloeienden toorn doorstoken. Zoodanig was voor den armen Duhamel het einde van het nieuwe tijdvak en van alle tijdvakken.

Vreedzame lezers kunnen zich verbeelden, wat dit voor een tafelgebed was voor het sobere patriottisme. Ook hoe het bataillon Filles St. Thomas onder de wapenen uittrok, gelukkig zonder verdere gpvolgen; hoe er voorts klacht en tegenklacht en

(1) Zie pag. 261.

(2) Zie pag. 247, deel I.

(3) Volgens Dulaure, II, pag. 110 waren er maar 400.

4 Moniteur, Séances du 30 et 31 .luillet 1792. (Histoire parlementaire, XVI, 197—210).