is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen. De arme Zwitsers weten niet wat zij doen zullen; slechts één plicht is hun duidelijk: op hun post te blijven, — en dien zullen zij vervullen.

De flikkerende staalvloed is middelerwijl aangekomen, hij slaat thans onweerstaanbaar, in woeste branding, wijd en zijd, tegen de afsluiting en Oostelijke voorhoven van het kasteel, stort binnen, overstroomt het Carrouselplein, de donkere Marseillanen voorop. Koning Lodewijk is weg, zegt gij, naar de nationale vergadering! Goed, maar wat baat dat, zoolang de vergadering hem niet afgezet heeft? Onze post is in zijn kasteel of zijne sterkte, hier moeten wij zoolang blijven. Bedenkt, wakkere Zwitsers! of het wel goed is, dat een woedend moorden begint en broeders elkaar in stukken houwen voor een steenen gebouw? De arme Zwitsers! zij weten niet wat zij doen zullen: ten teeken van broederschap werpen eenigen patronen uit de Zuidelijke vensters; op de Oostelijke buitentrappen en binnen in lange gangen en corridors staan zij in vaste gelederen vreedzaam, maar niet geneigd om van de plek te gaan. Westermann spreekt tot hen in het Elsassiscli Duitsch, de Marseillanen bezweren hen met gebaren, in den vurigen Provencaalschen tongval, rondom dreigt en tiert een oorverdoovend geraas. De Zwitsers staan vast, vreedzaam en toch onbeweeglijk, een roode graniétrots te midden van dien bruisend golvenden staalvloed.

Wie kan den onvermijdelijken afloop beletten? Hier de Marseillanen en geheel Frankrijk, ginds de granieten Zwitsers! Het gebarenspel wordt hoe langer zoo driftiger, de Marseillanen zwaaien bij wijze van voorspel hunne sabels, ook de Zwitsers fronsen hun voorhoofd, de duim der Zwitsers spant den haan. En luister! Scherp boven het geraas uit donderend, komen drie kanonskogels der Marseillanen, door een slecht schutter gericht, van het Carrousel over de daken heenratelen. Dus, Zwitsers, vuur! De Zwitsers vuren, gelederen-vuur, pelotons-vuur, snel-vuur; niet weinig Marseillanen, en »eeu lang man die luidruchtiger was dan eenig ander,'' liggen zwijgend, verpletterd op het plaveisel, niet weinig Marseillanen hebben na een langen, vermoeienden marsch hier halt gemaakt. Het Carrousel plein is ledig, de zwarte vloed deinst terug, «vluchtelingen stuiven heel naar S/. Antoine, alvorens zij tot staan komen." De kanonniers zonder lontstokken hebben hunne kanonnen in den steek gelaten, waarvan zich de Zwitsers meester maken, en zijn verdwenen.

Stel u voor wat salvo: weergalmende als de bazuin des oordeels naar alle einden van Parijs, en door aller harten, als het snerpend klappen van Bellona's (1) Moedigen geeselriem. De donkere Marseillanen, die zich terstond weer verzameld hebben, zijn zwarte daemons geworden, die weten te sterven. Ook blijft Brest niet achterlijk, noch de Elsasser Westermann, demoiselle Théroigne is sybille Théroigne : wraak, victoire ou la mort! I it alle patriottische vuurmonden, groot en klein, van het b eu'llants-terras en van alle terrassen en plaatsen van de ver uitgestrekte oproer-zee raast de krakende donder. De in den tuin geposteerde blauwe nationalen kunnen niet beletten, dat hunne geweren afgaan tegen vreemde moordenaars. Want er is eene sympathie in geweren, in opeengedrongen menschenmassa's, immers zijn de menschen niet over het geheel als gestemde snaren, slaat men er eene aan, dan klinken zij alle, in een zachte sferenmelodie, of in een verdoovenden kreet des waanzins! De rijdende gendarmerie galoppeert als uitzinnig, men vuurt op haar alleen omdat zij galoppeert. Het brein van Parijs is hier in het midden der stad tot koortsige dolheid vervallen, of, gelijk men zegt, heeft vuur gevat.

Ziet, het vuur vermindert niet, ook van binnen houdt het vuren der Zwitsers niet op. Ja, gelijk wij zagen, maakten zij zich van de kanonnen meester, en nu vallen hun op de andere zijde nog drie stukken in handen, ongelukkig slechts kanonnen zonder lontstokken; ook wil geen staal of vuursteen baten, hoewel men

(1) De godin van den oorlog.