is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I)e stormklokken luiden op het hevigst, de klokken slaan, nauwelijks hoorbaar, drie, toen ile abbé Sicard en een dertigtal onbeëedigde priesters uit hun voorloopige ge\angenis op liet stadhuis in zes rijtuigen langs de straten Westwaarts, naar de gevangenis der Abbaije rijden. Rijtuigen in menigte staan verlaten op de straal, maar deze zes bewegen zich langzaam door toornige drommen, die hen met vloeken begeleiden. \ ervloekte aristocratische Tartuffes dat is de nood, waarin gij ons gebracht hebt! En thans wilt gij uit de gevangenissen breken en den Veto Gapet te paard zetten en ons vertrappen? Weg met u, priesters van Beëlzebub en Moloch, priesters der schijnheiligheid, van den Mammon en van Pruisische galgen — die gij de moederkerk en God noemt! —

Moord op de 1'uiestehs.

Zulke en nog ergere smaadredenen moeten de arme niei-beëedigden verduren, uitgebraakt door razende patriotten, "die zelfs op de wagentreden klimmen, zonder dat de wachten zulks beletten. Haalt de raampjes van 't rijtuig op'; Neen, antwoordt het patriottisme, terwijl het zijn hoornen klauwen op het rijtuigvenster logt, om het neer te drukken. Het geduld in verdrukking heeft zijne grenzen. men is dicht bij de Ablu/i/c, het heeft reeds lang geduurd; een onbeëedigde, die wat driftiger van aard is, slaat eindelijk mot een stok op de hoornen klauw, ja slaat, daar het hem goed doet, eens en nog eens duchtig op den woesten kop, door ons en allen duidelijk gezien. Het is het laatste, wat men duidelijk ziet. In het volgende oogenblik zijn helaas! de rijtuigen van alle zijden ingesloten, een woedend geraas en gegil verdooft den kreet om barmhartigheid,