is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bedreiging: «in stukken te laten bouwen." (1) «Ook waarom men Brunswijk niet ijveriger vervolgd heeft!" aldus vraagt scherpkrijschend de gestalte. ».1 h, c'est vous qn'on appelle Marat, ah, gij zijt de genaamde «Marat," antwoordt de generaal, en draait zich koel op zijn hiel om. (2) De blonde gewaden sidderen als espenloof, de moderokken komen rondom hem staan, de tooneelspeler Talma (3) (want het is in zijn huis) de tooneelspeler Talma en schier zelfs de luchters verbleeken, totdat het vuile spook, de zwarte, niet aardsche visioen-verschijning, weer in nacht en nevel verdwijnt, waar ze te huis behoort.

Na weinig dagen vertrekt Dumouriez weer naar de Nederlanden, die bij wil aantasten, hoewel het midden in den winter is. In het Zuid-Oosten heeft generaal Montesquiou (4) zijn Sardinische Majesteit teruggedreven, en hem bijna zonder een enkel schot Savoye ontnomen, dat bij de republiek wenscht te behooren. En in het Noord-Oosten heeft generaal Custine (5) zich op Spiers en zijn arsenaal geworpen, en daarna, niet ongenoodigd, op het keurvorstelijke Mainz, waar men Duitsche democraten en thans zelfs niet meer de schaduw van een keurvorst vindt, zoodat toen mevrouw Forster, eene dochter van Heixe, die min of meer democratisch-gezind was, in de laatste dagen van October met haar gemaal voor de poort van Mainz ging wandelen, zij Fransche soldaten met kanonkogels zag kegelen. Vroolijk trippelt Forster (6) over een ijzeren bom en roept: -Leve de republiek!" Een zwartgebaarde nationale garde herneemt: Elle vivra bien sans rous, zij zal wel leven zonder u." (7)

(1) Zie pag. 51.

(2) Dumouriez, III, 115. Marat's verhaal in de Débats des Jacobins en het Journal de la république (Histoire parlementaire, XIX, 317—321) komt, wat het draaien op den hiel betreft, hiermede overeen, maar tracht het anders te verklaren.

(3) Fran<*ois Joseph Talma (1766—1826), de grootste tooneelspeler van zijn tijd, later zeer bevriend met Napoleon.

(4) Anne Pierre, marquis de Montesquiou-Fézensac (1741—1798) was lid der Constituante'geweest en een der eersten van zijn stand die zich bij den derden stand aansloot.

(5) Adam Philippe, graaf de Custine (1740—1793), een zeer bekend generaal.

(6) Joliann Georg Forster' (1754—1794), bibliothecaris van den keurvorst van Maintz. Hij liet zich naar Parijs afvaardigen om de vereeniging der stad met Frankrijk te verzoeken. Hij stierf te Parijs.

(7) Johann Georg Forster. Briefwechsel (Leipzig 1829), I, 88.

III

9