is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook is liet een ontegenzeglijk, onverklaarbaar of verklaarbaar feit, dat liet koren hoe langer zoo schaarscher wordt. Korenoproeren, luidruchtige vergaderingen ter verkrijging van een vasten korenprijs, worden heinde en ver in menigte gehouden. De maire van Parijs en andere maires zullen wel hunne lasten hebben. Pétion werd tot maire van Parijs herkozen, maar heeft de aanneming geweigerd, daar hij thans afgevaardigde voor de Conventie is. Voorzeker verstandig van hem, dat hij het weigerde, want zonder nog van duurte en andere zaken te spreken, gaat thans een geïmproviseerde oproerige commune in een wettig gekozene over, en sluit hare rekeningen, — niet zonder twist en strijd! Pétion heeft geweigerd, maar velen wenschen en streven er naar. Na maanden lang onderzoek en stemmen, redetwisten en babbelen, verkrijgt eindelijk een doctor Ciiambon dien eerepost, behoudt dien echter niet lang, maar wordt, gelijk wij zien zullen, er letterlijk uitgestooten. (1)

Ook bedenke men, of de privaat-sansculot in tijden van duurte niet in nood moet zijn. Het brood kost volgens den volksvriend ongeveer zes stuivers het pond, terwijl het dagloon ongeveer vijftien stuivers bedraagt, en daarbij is het een felle winter. Een wonder voorwaar! dat de arme nog in het leven blijft en zoo zelden van honger sterft! Gelukkig kan hij zich thans laten aanwerven en op een Luitengewoon bevredigende wijs door de Oostenrijkers laten doodschieten — voor de rechten van den mensch. Maar in dezen drukkenden toestand van de korenmarkt, en bij de heerschappij der vrijheid en gelijkheid, slaat de commandant Santerre door de dagbladen twee middelen, of liever verzachtingsmiddelen, voor: ten eerste dat alle klassen twee dagen in de week van aardappelen zullen leven, en ten tweede dat ieder zijn hond zal ophangen. Volgens de berekening van den commandant zou zulks inderdaad aanzienlijke bezuinigingen opleveren; hij weet het zelfs op zoovele mudden te berekenen. Een vroolijker soort van vindingrijke onnoozelheid dan Santerre bezit, leeft wel in geen menschenhoofd. Vindingrijke onnoozelheid die gepaard gaat met gezondheid, moed en goedaardigheid, en zeer aan te prijzen is. »A1 mijne kracht," zegt hij eens in de Conventie, «is dag en nacht aan den dienst mijner medeburgers gewijd; wanneer men mij niet meer gebruiken kan, zal men mij ontslaan, ik keer terug en brouw weder bier." (2)

Zoo ook verbeelde men zich, welk een briefwisseling de arme Roland als minister van Binnenlandsche Zaken alleen over de korenzaak te voeren heeft! (3) Vrije graanhandel, onmogelijk om het koren op een vasten prijs te stellen; van den anderen kant geschreeuw en de noodzakelijkheid om een vasten prijs te bepalen; de staathuishoudkunde predikt uit liet bureau van binnenlandsche zaken met bewijzen, die zoo klaar zijn als de bijbel, maar de ledige nationale maag niet kunnen overtuigen. De maire van Char/res, die gevaar loopt van zelf opgegeten te worden, roept de Conventie aan ; de Conventie zendt een deputatie van eerwaarde leden, die de menigte op wonderbaarlijk spiritueelen weg trachten te voeden, maar het niet kunnen. Ondanks alle welsprekendheid omstuwt hen de menigte met vreeselijk gebrul, en wil den prijs van het koren bepaald, op een matigen taks gesteld hebben, of anders de eerwaarde leden terstond opgehangen! De eerwaarde leden geven in hun rapport daarover toe, dat zij, met een vreeselijken dood bedreigd, een vasten korenprijs bepaalden of schenen te bepalen, en worden deswegens, hetgeen ook opgemerkt dient te worden, door de Conventie, die niet met zich laat spotten, ernstig berispt. (4)

(1) Dictionnaire des hommes marquants, § Chambon. Nicolas Chambon de Montaux, (1748—1S26) was chef van den geneeskundigen dienst in de Salpétrière. Hij was maire van Parijs van 3 December 1792 tot 2 Februari 1793.

(2) Moniteur (Histoire parlementaire. XX, 421).

(3l Nog den O'1''" December 1792 zeide Roland in de Conventie dat .transporten met levensmiddelen voor Parijs bestemd, onderweg werden opgehouden, waarna de Conventie de doodstraf decreteerde tegen hen, die dergelijke transporten tegenhielden.

(4) Histoire parlementaire, XX, 431—440. Zie ook Dulaure, II, pag. 32J—32 3. III 11