is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afdoet en daarbij, zoo als men meent, zijn eigen loon en zijn handelsvoordeel niet vergeet. Hassenfratz verspilt in het land, Dumouriez mort, en buiten 's lands verkwist men almede. Binnen de muren wordt gezondigd en daar buiten eveneens.

Maar tegelijk met de overwinning van Jemappes, had er in de Conventie iets anders plaats: het voorlezen van een zeer uitgebreid verslag van het daarmede belaste comité over de misdaden van Lodewijk. De galerijen luisteren ademloos toe; zijt gerust, galerijen! De afgevaardigde Valazé, die verslaggever is, houdt Lodewijk voor zeer misdadig, en meent, dat hij, zoo dienstig, gevonnisd moest worden; de arme Valazé, die eenmaal zelf gevonnisd zal worden! Tot dusverre dus geruststellend genoeg! Ja, hier komt een tweede verslaggever van het comité, de afgevaardigde Mailhe, met een rechtskundig bewijs, thans zeer prozaïsch om te lezen, toenmaals zeer opbeurend om aan te hooren: dat Lodewijk Capet, volgens de landswet, slechts door een redekunstige figuur onschendbaar genoemd werd, maar dat hij in den grond volkomen schendbaar was, dat hij kon en zelfs moest gevonnisd worden. (1) Dit vraagstuk aangaande Lodewijk, dat reeds zoo dikwerf als een dreigende, verwarde mogelijkheid opgekomen en weer ondergegaan is, is derhalve nu in een duidelijke gestalte in het licht getreden.

Het patriottisme huilt van verontwaardiging en vreugde. Het zoogenaamde rijk der gelijkheid zal derhalve niet bloot een naam, maar eene werkelijkheid zijn! Waarom zou men Lodewijk Capet ook niet vonnissen? roept het patriottisme met verachting: geringe misdadigers komen wegens eene beurzensnijderij aan de galg, en deze hoofdmisdadiger, wiens schuld het is dat Frankrijk zoo vanéén gereten is, vanéén gereten door Clotho's (2) schaar en door burgeroorlog, wiens offers, ten getale van twaalfhonderd alleen op den 10den Augustus, diep in de katacomben liggen, of in de passen der Argonnen en op de velden van Valmy en elders verrotten; — deze, de voornaamste aller misdadigers, zou niet eens voor het gerecht gedaagd worden? — Want, helaas, o patriottisme, voegen wij er bij, van oudsher heette het: de verliezer betaalt! Hij moet alle rekeningen betalen, om het even wie ze gemaakt heeft; op hem vallen alle verliezen en onkosten, en die twaalf honderd van den 10de" Augustus zijn geene rebellen en verraders, maar slachtoffers en martelaren: dat is krijgswet.

Zonder aan iets te twijfelen, houdt het patriottisme een waakzaam oog op deze kwestie van het proces, die thans gelukkig in een duidelijke gestalte aan liet licht getreden is, en wil ze doorgezet hebben, zoo de goden het geheugen. Met scherpe

(1) De Conventie had, naar aanleiding van de vele petitiën, waarin aangedrongen werd op liet in staat van beschuldiging stellen van Lodewijk XVI, aan eene commissie van 24 leden uit haar midden opgedragen, om te onderzoeken of Lodewijk schuldig was of niet. De meerderheid der Commissie bevestigde dit bij monde van Valazé op den <5d,,n November. Den volgenden dag, T November, wierp een ander lid der Commissie, Jean Mailhe, 'overleden 1839), een bekend advocaat, de drie rechtsvragen op: »Kan Lodewijk XVI gevonnisd worden? Door wier. moet hij gevonnisd worden? Op welke wijze moet hij gevonnisd worden ?" Mailhe protesteerde tegen de onschendbaarheid, maar, daar deze leer in het voorgaande tijdvak der revolutie de heerschende was, zeide hij, dat Lodewijk XVI onschendbaar was geweest als Koning, niet als particulier persoon. Hij beweerde, dat de natie die hare waarborgen voor de handelingen harer machthebbers niet verliezen kon, wegens de onschendbaarheid des konings diens ministers verantwoordelijk had gemaakt, en, daar nu Lodewijk XVI als particulier persoon gehandeld had, zijne verantwoordelijkheid dus op niemand anders viel, hij ophield onschendbaar te zijn.

Mailhe stelde daarna voor, dat Lodewijk XVI voor de rechtbank gedaagd zou worden, daar zijne afzetting geen straf maar enkel een verandering in regeering geweest was, dat hij gedaagd zou worden krachtens de bepalingen van het strafwetboek over de verraders en samenzweerders, eindelijk, dat hij voor de Conventie zou terecht staan, zonder dat daardoor inbreuk gemaakt werd op de bevoegdheid der andere gerechtshoven, omdat de Conventie het volk vertegenwoordigde, het volk alle belangen omvatte, alle belangen het recht uitmaakten en het daarom onmogelijk was, dat het Nationale Gerechtshof het recht schond, zoodat het nutteloos was dit Gerechtshof aan vormen te onderwerpen. (Zie Mignet: Histoire de la Rrvohition franfaist•).

i.2) Eene der drie schikgodinnen in de Grieksche mythologie.