is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en neergeveld; geen honderden, slechts enkelen hunner bereikten Zwitserland, (i) Op den 9llen October inoest Lyon zich op genade en ongenade overgeven. De ablié Lamourette, thans bisschop Lamourette, eenmaal wetgever, die van den ouden baiser de l'amourette, (2) den Delila-Aus, wordt hier gevat, wordt naar Parijs gezonden, om geguillotineerd te worden. Toen Tinvii.le hem zijn vonnis mededeelde, maakte hij, zegt men, het teeken des kruises, en stierf als een welbespraakte constitutioneele bisschop. Maar wee thans allen bisschoppen, priesters, aristocraten en federalisten, die te Lyon zijn. De schim van Chalier (3) moet verzoend worden; de republiek heeft als dol-razend haren ontblooten rechter arm uitgestrekt. Ziet den vertegenwoordiger FoucnÉ, (4) het is FoucuÉ van Nanles, een naam die bekend genoeg zal worden; hij gaat met een patriottische compagnie in wonderbaren optocht om het lijk van Chalier op te graven. Een ezel in een priestermantel gehuld, met een bisschopsmuts op den kop en de misboeken, sommigen zeggen zelfs den Bijbel, aan den staart naslepende, gaat, van tallooze patriotten en een helscli geraas begeleid, door de straten van Lyon naar het graf van Chalier den martelaar. Het lijk wordt opgegraven en verbrand, de asch in eene urn verzameld om door bet Parijsche patriottisme vereerd te worden. De heilige boeken worden mede op den brandstapel geworpen, hunne ascb in den wind gestrooid, onder den kreet van ; «Wraak, wraak!" die, zoo als Fouché schrijft, voldaan zal worden. (5)

Lyon is inderdaad eene stad die verdelgd moet worden, van nu af niet meer Lyon, maar Commune affranchie, ((>) de «bevrijde gemeente;" zelfs de naam moet verdwijnen. Deze eenmaal bloeiende stad zal, wanneer liet Jacobinisme wél voorspelt, met den aardbodem gelijk gemaakt worden en op hare puinhoopen zal zich eene zuil verheffen met het opschrift: Lyon rebelleerde tegen de Republiek, Lyon is niet meer. (7) Fouché, Couthon, Collot volgen elkaar op (8) als vertegenwoordigers van de Conventie, er is arbeid voor den beul, arbeid voor den timmerman, niet om te bouwen. Gelijk gezegd is, zelfs de huizen der aristocraten zijn veroordeeld. De kreupele Coutiion, in oen stoel gedragen, slaat zinnebeeldig met een hamer tegen den muur en zegt: *la loi te frappe, de wet treft u ;" metselaars met wiggen en breekijzers beginnen de verwoesting. Had Lyon uit weeke stof bestaan, het zou in deze week geheel verdwenen en de voorspelling der Jacobijnen in vervulling

(1) Deux ainis, XI, 145. Onder hen, die Zwitserland bereikten, behoorde ook Précy, maar niet dan na vele avonturen. Toen hij zich met enkelen door den vijand had heen geslagen, wist hij het dorpje St.-Agatlie te bereiken, waar een gewone boer, Pierre Ligout, hem eene schuilplaats verleende in een ondergrondsch verblijf, waarin Précy bijna 15 maanden vertoefde, en waar hij menigmaal boven zijn hoofd de voetstappen hoorde van de soldaten, die te zijner vervolging waren afgezonden. Na den 9.1011 Thermidor kon hij eindelijk naar Zwitserland ontsnappen. Over zijne verdere lotgevallen zie noot 6 op pag. 198.

(2) Zie pag. 216, deel II.

(3) Zie pag. 182.

(4) Joseph Fouché, later hertog van Otrante, (1763—1820) geboren in een dorp bij Nantes, was eerst geestelijke, maar verliet bij het uitbreken der revolutie den geestelijken stand. In 1792 tot lid der Conventie gekozen, trachtte hij zich eerst bij Robespierre aan te sluiten, 0111 do hand van wiens zuster Charlotte hij tevergeefs aanzoek deed; later was hij Dantonist, toen weder Girondijnen eindelijk Montagnard. Op welk een gruwelijke wijze hij, eerst met zijn collega Collot d'Herbois, later alleen, te Lyon heeft huis gehouden, kan men lezen in Les prisons de Lyon van Delandine, pag. 73 en volgende. Na zijne terugkomst te Parijs werd hij door Robespierre met de grootste verwijten overladen over zijn verregaande bloeddorstigheid, hetgeen ten gevolge had, dat hij van nu af behoorde tot de onverzoenlijkste vijanden van Robespierre, in wiens val hij ook een werkzaam aandeel had. Onder Napoleon heeft Fouché eene schitterende rol gespeeld en legde hij den grondslag tot zijn groot vermogen. Niettegenstaande Fouchó's verleden, benoemde Lodewijk XVIII dezen tot minister, maar hij viel later in ongenade en begaf zich buitenslands. Hij overleed 25 December 1820 te Triest, nalatende een vermogen, dat geschat werd op veertien millioen frs.

(5) Moniteur du 17 Novembre 1793 etc

(6) Volgens een decreet der Conventie van 12 October.

(7) Lyon tit la guerre a la liberté, Lyon n est plus.

(8) Volgens Dulaure is deze volgorde niet juist: eerst kwam Couthon, daarna Fouché en Collot, terwijl later de laatste naar Toulon ging.