is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— »Avec ton Etre Suprème," zegt Billaud, »iu commences m'embêter. Met uw Etre Suprème begint gij mij te vervelen." (1)

Daarentegen zit Cathérine Théot, (2) eene oude negenenzeventigjarige dienstmaagd, van oudsher aan profetieën en de Baslille gewoon, op eene bovenkamer in de straat de Contrescarpe en peinst over liet boek der Openbaringen met liet oog op Robespierre, en vindt dat deze verbazende, almachtige Robespierre werkelijk de man is, van wien de Profeten spreken, die de aarde weer jeugdig zal maken. Bij haar zitten vrome oude markiezinnen, ci-devant waardige dames, onder welke de oud-constituant Dom Gerle (3) met zijn ledig hoofd niet ontbreken mag. Daar zitten zij in de straat de Contrescarpe in geheimzinnige aanbidding: Mumbo is Mumbo, en Robespierre is zijn Profeet. Een in het oog vallend man, die Robespierre! Hij heeft zijne vrijwillige lijfgarde van tappe-durs, woeste patriotten met beslagen stokken gewapend, en Jacobijnen kussen den zoom van zijn kleed. Hij geniet de bewondering van velen, de vereering van eenigen en is wel waard dat een en allen over hem verbaasd staan.

De groote vraag en hoop is inmiddels deze: Zal dit feest van den Mumbo-Jumbo wellicht een teeken zijn dat de guillotine minder bedrijvig zal worden? Verre van daar! Juist den tweeden dag daarna laat Couthon, een van de «drie ellendige schurken," (4) zich op de tribune dragen, en haalt een bundel papieren te voorschijn. Daar er nog altijd complotten in overvloed zijn, doet Couthon het voorstel om de wet der verdachten (5) meer uitbreiding te geven, en de inhechtenisnemingen met nieuwe kracht aan te vangen, gemakkelijker te maken. Voorts wil hij het revolutionnair tribunaal, daar in zulk een geval de bezigheden waarschijnlijk zullen toenemen, almede uitgebreid, dat is in vier gerechtshoven verdeeld hebben, ieder met zijnen president, met zijnen Fouquikr, of substituut van Fouquier, allen op eenmaal aan den arbeid, en zonder in het minst gebonden of aan eenige belemmerende formaliteit onderworpen te zijn. Wellicht gelukt het op deze wijze, den arbeid te boven te komen. Dat is Couthons berucht decreet van den 22slen Prairial. (6) Op het hooren van dit decreet wordt zelfs de Berg met

(1) Zie Vilatk, Causes secrètes. (Vilate's verhaal is zeer merkwaardig, maar men moet het niet onvoorwaardelijk gelooven, daar het, in weerwil van den titel, eigenlijk geen verhaal, maar eene verdediging is).

(2) Cathérine Théot (1725—1794) was in Normandië geboren uit arme ouders en was te Parijs in dienst geweest bij een zekeren Boehard de Savan, die haar evenwel ontsloeg, omdat zij zich zoozeer aan het mvsterieuse overgaf, dat zij de huishouding verwaarloosde. Daarop kwam zij in aanraking met Suzanne Labrousse (zie noot 1 pag. 49, deel II), bij wie ze ook Dom Gerle leerde kennen, en de beide vrouwen gingen zich als waarzegsters vestigen. Maar het duurde niet lang of de nieuwe Eva, zooals Cathérine zich noemde, werd in de gevangenis opgesloten, waaruit zij bij het uitbreken der revolutie bevrijd werd. Nu stichtte zij een nieuwe secfe, waarvan de aanhangers Cathérine als de moeder Gods aanbaden, die op haar beurt de komst van een nieuwen Profeet aankondigde. Uit Les Mystères de la mire de Dien dévoilés van Vilate blijkt, dat men in de secte werd ingewyd, door te knielen voor Cathérine Théot, die in zeven kussen, een op het voorhoofd, twee op de oogen, twee op de wangen, een op den mond en een op het linkeroor, den novitius de zeven gaven Gods verleende.

De sectarissen verkondigden dat een bliksemstraal de tronen, de legers en alle slechte menschen op de wereld zou verdelgen, de bergen gelijk maken en de zeeën uitdrogen zou; dat de bewoners der aarde, ten getale van honderd veertig duizend, onsterfelijk zouden zijn evenals de Heilige Moeder, dat zij haar lof zouden zingen en genieten van de eeuwige vreugde van het aardsche paradijs.

Zie verder over dien vermakelijken onzin Dulaure III, 192, 193, en volgende. Cathérine Théot stierf in de gevangenis.

(3) Zie noot 2 op pag. 49, deel II,

(4) Zie pag. 279.

(.5) Reeds den l7llFn September 1793 had de Conventie eene wet uitgevaardigd, krachtens welke alle personen, verdacht verklaard door de revolutionnaire Comités, in hechtenis zullen genomen worden en tot aan den vrede ingekerkerd zullen blijven.

(6) Het beruchte decreet van ?2 Prairial was door Robespierre en Couthon ontworpen, zonder dat hunne andere collega's van het comité de salut public erover geraadpleegd waren. Volgens dit decreet zou het tribunal révolutionnaire gesplitst worden in vier afdeelingen, bestaande uit een president, drie rechters en negen gezworenen. Er werden twaalf rechters benoemd en vijftig gezworenen, die elkaar moesten afwisselen, zoodat de rechtbank eiken dag zitting kon houden. De eenigste straf was de dood. De macht om de burgers voor dit tribunal te brengen werd toegekend aan twee comités, aan de Conventie, aan de commissarissen der Conventie, en aan Fouquier-Tinville. Eindelijk bepaalde een