is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoorden zeggen: -De constitueerende vergadering heeft hare taak volbracht!" (1) En de edele, oude Malesherbes, (2) die Lodewijk verdedigde, en van aandoening niet kon spreken, gelijk een grauwe oude rots, die eensklaps in het water smelt: hier trekt hij met zijne bloedverwanten, dochters, zonen en kleinkinderen, met ijne Lamoignon's, Chateaubriands, zwijgend, den dood te gemoet. Slechts één jeugdige Chateaubriand (3) zwerft onder de i\ atchcs, bij den donder der Niugam, door de eeuwige wouden. Welkom, groote natuur, woest, maar niet valsch, niet onminnelijk niet onmoederlijk — geen formule, geen razend-dolle warring van hypothese, parlementaire welsprekendheid, constitutie-bouwerij en de guillotine. Spreek gij tot mij, o Moeder, en zing mijn ziek harte uw mystieken eeuwigen wiegezang, en laat al het overige verre van mij zijn.

Nog eene rij karren verdient onze opmerkzaamheid: die, waarop Elisabeth, (4) Lodewijk's zuster, gezeten is. Haar proces was, gelijk de overigen, al weder wegens een complot. Zij was eene der zachtmoedigste, onschuldigste vrouwen. Onder een vierentwintig andere zat aan hare zijde eene eenmaal schroomvallige markiezin de Crussol, thans echter vol moed, die haar do levendigste loyauteit betuigt. Aan den voet van het schavot dankte Elisabeth met tranen in de oogen deüe markiezin en zeide, dat het haar smartte, dat zij haar niet kon beloonen. »Ach, madame, indien uwe koninklijke hoogheid zich verwaardigen wilde om mij te omhelzen, dan zouden al mijne wenschen vervuld zijn!" — "Zeer gaarne, markiezin de Crussol, van harte gaarne."(5) Aldus deze aan den voet van het schavot. De koninklijke familie is nu tot twee verminderd: een meisje en een kleine knaap. De knaap, eenmaal dauphin genaamd, werd aan zijne moeder ontscheurd, toen zij nog leefde, en aan eenen zekeren Simon, een schoenmaker van beroep, ten tijde in de gevangenis van den Tempel dienst doende, gegeven, om hem in de beginselen van het sansculottisme op te voeden. Simon leerde hem drinken, vloeken, de carmagnole. Simon is thans bij het gemeentebestuur gekomen: en de arme knaap, in een toren van den Tempel verborgen, dien hij wegens angst en verbijstering en vroegtijdige afgeleefdheid, niet wenscht te verlaten, ligt in onreinheid en duisternis, terwijl hij sedert zes maanden zijn hemd niet verwisseld heeft, ellendig te verkwijnen. (6) Gelijk gewoonlijk slechts do arme fabriekskinderen en huns gelijken omkomen, zonder beklaagd te worden!

De lente zendt haar groene bladeren, de schoone Mei, schooner dan ooit: de dood verpoost niet. Lavoisier, (7) de beroemde scheikundige zal sterven en niet meer leven. De scheikundige Lavoisier was ook algemeene pachter, en nu zijn alle algemeene pachters in hechtenis genomen, allen, en moeten rekenschap geven van hunne gelden en inkomsten en sterven, »omdat zij hunnen tabak met water bevochtigden. (8) Lavoisier verzocht om een uitstel van veertien dagen, om eenige kunstproeven ten einde te brengen; maar »de republiek heeft die niet noodig'' en de bijl moet haar werk verrichten. De cynische Chamfort (9) zeide, toen hij de opschriften : »Broederschap of dood," las: -het is eene broederschap van Caïn;" in hechtenis genomen, weer losgelaten, en daarna op het punt staande om wederom in hechtenis

(1) Zie noot 1 op pag. 10 en pag. 204, deel II.

(2) Zie pag. 101,

•ii Franijois Auguste viconite de Chateaubriand f1709—184S), de beroemde Fransclie schrijver en staatsman, die na den terugkeer der Bourbons een politieke rol heeft gespeeld.

(4> Toen Fouquier-Tinville in zijn requisitoir tegen prinses Elisabeth sprak van den "tiran," haar broeder, zou zij, volgens Toulongeon, Histoive de Frcince, depxüs la re'volution, IV, 344, gezegd hebben : -Indien mijn broeder een tiran geweest ware, dan zouden noch gij noch ik tlians op deze plaats zijn.'

(5) MoNTGAII.LARD, IV, 200.

(ö) Duchesse d'Angoilkme, Captivitó, a la tour du Temple, pag. 37—71.

(7) Zie noot 3 op pag. 85. deel I.

(Si Tribunal révoluti nnaire du 8 Mai 1704 (Moniteur no. 231.)

(9) Zie noot op pag. 49, deel I.