is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet thans kwaken of sterven. Er worden beraadslagingen gehouden met woorden en wenken, des nachts, geheimzinnig gelijk de dood. Sluipt daar niet Maximiliaan gelijk eene kat, uiaar nog stil, met groene roodgezwollen oogen, gekromden rug en borstelig haar rond? De driftige Tallien met zijn driftig bloed en vermetele tong, die is het die de kat de bel zal aanbinden. Bepaalt zoo spoedig mogelijk een dag, of gij zijt allen verloren!

Ziet, nog vóór den bepaalden dag, den 8"'°" Thermidor of 26sten Juli 1794, verschijnt Robespeirre zelf weer in de Cmventie en beklimt het spreekgestoelte! Het galachtig gelaat is in eene nog donkerder wolk gehuld; het is te denken dat Tallien en Bourdon met belangstelling luisterden. Het is eene stem, van welke dood en leven afhangt. Langgerekt, onwelluidend, gelijk het gekras van een uil, klinkt die profetische stem: ontaarding van den republikeinschen geest, een verdorven moderantisme, de comités van de S ure té, zelfs het Saint public besmet, afvalligen hier en afvalligen daar; ik, Maximiliaan, alleen onomkoopbaar gebleven, gereed om op den eersten wenk te sterven. En welke zijn de middelen hiertegen? De guillotine, nieuwe kracht van de alles genezende guillotine, dood aan de verraders van iedere kleur! (1) Zoo zingt de profetische stem in den klankbodem van de Conventie. Het is het oude lied; maar, o hemel, heeft de klankbodem heden opgehouden te weergalmen ? Daar is geen weerklank in de Conventie, slechts ademlooze stilte, of bedenkelijke wanklanken. Lecointre, onr" oude lakenkooper van Versailles, (2) houdt in dezen neteligen toestand niets voor zoo veilig, als op te staan en volgens ouder gewoonte — «arglistig" of niet — het voorstel te doen, dat Robespierre's redevoering -gedrukt en naar de departementen verzonden worde.' Luistert, steeds nieuwe wanklanken. Eerwaarde leden aarzelen; leden van het comité, in de redevoering betrokken, dissoneeren, verlangen dat "het drukken uitgesteld worde.' Al luider en luider worden de wanklanken; de uitgever Fréron vraagt zelfs: «wat er in de Conventie van de vrijheid van gevoelen geworden is?'' Het voorstel tot drukken en verzenden, dat doorgegaan was, wordt herroepen. Groener dan ooit, moet Robespierre teleurgesteld het veld ruimen, wèl inziende dat dit muiterij is en het kwaad nadert. (3)

Bij alle ondernemingen is de muiterij eene der noodlottigste zaken, iets zoo onberekenbaars, zoo snel-vreeselijks, dat men het niet met vrees bestrijden mag. Maar bovenal muiterij in eene Robespierresche Conventie is als het vuur dat men in de kruitkamer van een schip ziet smeulen! Een stouten sprong er heen, en nog kan het gedempt worden, — draal .één oogenblik, en schip en kapitein, lading en manschap worden verre voort geslingerd, en de scheepsreis heeft eensklaps een einde genomen tusschen zee en hemel! Indien Robkspikrre nog dezen nacht met Henriot en compagnie tusschenbeide komt, kan hij en het sansculottisme zich wellicht nog — een tijdlang — staande houden; zoo niet. dan is hij waarschijnlijk verloren. Toen de bekende oproerige sergeant voor het front trad, en in gebaren en woorden zijne grieven begon op te sommen als de woordvoerder van duizenden die stonden te wachten, zag Oli vier Cromwell (4) met zijne bliksemende oogen terstond den stand van zaken in, trok eene pistool uit zijn gordel en schoot den oproerling en het oproer ter neer. Nou. was er de man naar.

(1) Zie zijne rede bij Dulaure, III, 242 en volgende.

(2) Zie pag. 169. doel I.

(3i Lees het onstuimige der zitting en de redevoeringen van Tallien, Bourdon de 1 Oise, \ adier Billaud-Varennes, Cambon en anderen bij Dulaure, III, 247—250.

(4) Do bekende Protector van Groot-Brittannië '1053—58).