is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geboren is. De arme gevangenen in het Luxembourg liooren de opschudding en sidderen voor een nieuwen September. Zij zien dat men hun van daken en uit vensters teekens geeft, blijkbaar teekens van hoop, en kunnen volstrekt niet gissen wat zulks beteekent. (1) Intusschen ontwaren wij, dat de doodskarren als naar gewoonte tegen den avond Zuid-Oostelijk door St. Antoine naar de barrière du Tröne rijden. Het harde hart van St. Antoine begint te verteederen. St. Antoine omringt de karren en roept: het zal niet gebeuren. Hemel, waarom zou het! Henriot en de gensdarmes, die daar de straat zuiveren, brullen met zwaaiende sabels: het moet gebeuren. Laat dan uwe hoop varen, arme veroordeelden ! Ue karren rollen voort.

In deze rij van karren moeten wij overigens nog op twee dingen letten: een merkwaardig persoon, en het ontbreken van een merkwaardig persoon. De merkwaardige persoon is de luitenant-generaal Loiserolles, een edelman van geboorte en hart, die hier zijn leven voor zijn zoon laat. Toen hij eergisteren avond in de gevangenis van

St. Antoine wil de veroordeelden bevrijden.

St. Lazare naar het traliehek snelde om de doodenlijst te hooren aflezen, werd de naam \an zijn zoon afgeroepen. Zijn zoon sliep op dat oogenblik. >• Ik ben Loiserolles," riep de oude man; voor Tinvii.i.e's rechtbank toch beteekent eene vergissing in den voornaam weinig; men maakte niet veel tegenwerping. De merkwaardige persoon daarentegen, die ontbreekt, is de afgevaardigde Paine! (2) Paine verkwijnde sedert Januari in het Luxembourg, en scheen vergeten, maar Tinville heeft hem eindelijk gevonden. De cipier, met de lijst in de hand, teekent met een stuk krijt van buiten de deuren van de fournée van morgen. De deur van Paine stond toevallig open, tegen den muur gekeerd, de cipier teekende aan den kant, die voor hem was, en ging verder: een andere cipier kwam en sloot haar, en daar er nu geen teeken van krijt te zien was, ging de fournée zonder Paine heen. Paine's leven eindigde hier nog niel.

1) Mémoires sur les prisons, II, 277 (2) Zie noot 2 op pag. 33, deel II.