is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schepen door huzaren (e paard genomen; York (1) is gevlucht, de stadhouder (2) is gevlucht, blijde in Engeland een toevluchtsoord le vinden; Holland moge verbroederen met wien liet wil. (3) Zulk een Gaelisch vuur vlamt in dit volk, gelijk de brand van gras en droge hei, dat geen stervelirg weerstaan kan — voor een tijdlang. En zoo zal het vlammen en voortgaan, alles schroeiende, en van Cadix tot Archangel, zal het razende sansculottisme, nu tot soldaat gedrild, aangevoerd door eenig «gewapend soudenier dei' democratie' (zegge, die kort-af artillerie-ofiicier) wreedelijk den voet zetten op den nek zijner vijanden, en zijn krijschen en gillen zal de wereld vervullen! Onberaden gecoaliseerde koningen, zulk een vuur hebt gij ontstoken; terwijl gij zelve vuurloos zijt, uwe vechters alleen aangevuurd door drilsergeanten, kazerne-zedeleer en het kalfsvel. Niettemin, het is aangevangen, en zal niet eindigen; niet eindigen, in de eerstvolgende twintig jaren. Zoolang zal dit Gaelisch vuur, door zijn opvolgende wisselingen van kleur en karakter, vlammen over het aangezicht van Europa en alle menschen in ramp dompelen en schroeien: — totdat het alle menschen opschrikt; totdat het een ander soort van vuur ontsteekt, de Teutonische (-1) soort namelijk, om dan verzwolgen te worden, om zoo te zeggen, in één dag! Want daar is een vuur, te vergelijken met den brand van gras en droge hei, zeer plotseling hoog vlammende, en een ander vuur, dat wij vergelijken met het branden van kool of steenkool; moeilijk te ontsteken, maar dan door niets te blusschen. Het licht ontvlammend Gaelisch vuur kunnen wij verder opmerken — niet in de Pichkgrus alleenlijk, maar in tallooze Voltaire's, Racine's, Laplace's(5) niet minder; want een mensch, 't zij hij vecht, zingt, of denkt, blijft dezelfde eenheid van mensch, — is bewonderenswaardig voor het roosten van eieren, in eiken denkbaren zin. De Teutonische kool daarentegen, gelijk wij zien in de Luthers, Leibnitzen, (6) Shakespeares, is te verkiezen tot het smelten van metalen. Hoe gelukkig Europa, dat het beide soorten bezit!

Dit zij hoe 'tzij, de republiek zegeviert blijkbaar overal. In de lente van dit jaar ziet Mainz zich weer belegerd, en zal weer van heer verwisselen. Zeide niet Merlin van Thionville met zijn woesten baard en blik, dat het niet voor de laatste maal was dat men hem hier zou zien? (7) De keurvorst van Mai7iz richt tot zijne medepotentaten de bepaalde vraag: zou het niet raadzaam zijn over den vrede te onderhandelen? Ja! antwoordt menig keurvorst uit den grond zijns harten. Maar ter andere zijde, Oostenrijk draalt, en weigert eindelijk, door Pitt's onderstandsgelden aangemoedigd. (8) Wat Pitt betreft, wie ook dralen moge, hij blijft, zijne habeas-eorpus-act, (9) zijn contante betalingen schorsende, onbuigzaam, in spijt van

De Vereenigde Provinciën werden midden in den winter en van verscheidene kanten door Pichegru aangevallen Gesteund door de-Hollandsche patriotten had weldra de verovering van Holland plaats en moest de stadhouder vluchten, terwijl de Bataafsche republiek werd afgekondigd. Bij den vrede die 16 Mei 1795 gesloten werd, werden Hollandscli-Vlaanderen, Maastricht en\enloo aan de r ranstne republiek afgestaan, terwijl de scheepvaart op den Rijn, de Schelde en de Maas voor beide natiën

werd opengesteld.

11) Zie noot 1 op pag. 139.

(2 Willem V.

(3) Den 19 Januari 1795 (Montgaillard, IV, 287—311).

,4) Dg Duitsche. De schrijver maakt hier eenc toespeling op [de overwinning op Napoleons legers door die der geallieerden.j

(5) Zie noot 2 op pag. 84, deel II. _

(6) Gottfried Wilhelm Leibnitz (1646—1716) een der grootste denkers van ?ijn tijd.

(8) Het ^bckJnd, dat Engeland zich vele geldelijke opofferingen voor de verschillende coalitiën tegen Frankrijk heeft getroost. Door Engeland waren in den loop van 1,93 o. a. de volgende ^erdragen gesloten: 4 Maart met Hannover; 25 Maart een alliantie-tractaat mot Rusland: 10 April oen subsidie-tractaat met Hessen Kassei: 25 April een subsidie-tractaat met Sardinië ; 2o M.-i;een allwnhetractaat met Spanje; 12 Juli een alliantie-tractaat met de beide Sicilieri; 14 Juli een alliantie-tra ta« t met Pruisen: 30 Augustus een alliantie-tractaat met den keizer: 21 September een subsidie-verdiag met don markgraaf van Baden, 2(> September een alliantie-verdrng met Portugal. Bij deze ^rdragen gaf Engeland vooral aan Pruisen en Oostenrijk belangrijke subsidiën.

(9) Zie noot 1 op pag. 163.