is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Familie verdrag, Fransch-Spaansch, onderlinge verplichtingen van liet, I, 73.

F a u c h e t, Claude, bij het beleg der Bastille,

I, 251; oorspronkelijke betrekking van, portret van, 279; zegent het vaandel der Nationale garde in de Notre Dame, 280; (plaat) 281; zijne lijkrede over Franklin, II, 75; en zijn cercle social, zijn bijnaam, 114; lid der Législative, 210; bij 's Konings dood, verzuchting van, III, 120, 121; wil aftreden, 168; geguillotineerd, 217.

Faussignv, met het zwaard in de hand,

II, 118.

Favras, Thomas Mahv, markies de, samenzwering v.in, en Monsieur, terechtstelling van, II, 21.

Fawkes, Guv en het buskruitverraad, I, 253.

Félemhesi, La vérité tjut entiêre, III, 30.

Féraud, lid der Conventie, III, 47; pirtret van, 339; zijne houding in de Conventie op 1 Prairial, vermoord, 340; zijn hoofd op eene piek (plaat) 340; plechtige begrafenis van, 340.

Ferney. Zie Voltaire.

Fersen, Axel graaf, levensloop van, II, 162; laat eene berline vervaardigen, 164 ; fungeert als koetsier bij 's Konings vlucht, 166; neont afscheid van de Koninklijke familie, 168.

Feuillants, club van de, II, 42, 192 ; vroegere naam van, 42; (spotprent) 151; driekleurig lint op het terras ner, 299; opschriften op dat lint, 290.

Fevdeau, théatre, de buste van Marat verbrijzeld in het, III, 330.

Figaro, Mariage de. Zie Beaumarchais.

Fils adoptif, I, 157.

Finances, Adininistration des. Zie Necker.

Financiën, slechte staat van de, I, 73, 98, 121; hoe zij verbeterd moeten worden, 110, 121.

F land re, régiment de, te Versailles, I, 294; oorzaak van de komst van het, 297; onthaald, 313.

Flesselles, de, prévöt des marchands, 1, 210; en zijne belofte aan het volk, 221; verontwaardiging van het volk over, 225; dood van, (plaat) 242; reden van de verbittering tegen, 243; zijn hoofd door de straten rondgedragen, (plaat) 244.

Fleuriot-Lescot, vlucht uit de Nederlanden, wordt maire van Parijs, III, 281; geguillotineerd, 310.

Fleurus, slag bij, III, 265; (plaat) 265; luchtballons in den, 265.

Fleury, Joly de, het financieel beleid van, I, 98.

Flotte, Pierre, I, 149.

Flue, Louis de, I, 232.

Fontenav, madame, Thérèse Cabarus en Tallien, III, 233, 234; gearresteerd, verzoek aan Tallien, 299; (madame Tallion) portret van, 317; hare soirees, 319—321.

Fontenoy, slag bij, I, 14.

!' Fo r st er, Johann George, en de Fransche soldaat te Maintz, III, 65; Briet'wechsel, 65; plant vrijheidsboomen, 13<; reis om de wereld, 138; zijn armoede te Parijs, 138; over de revolutie, 138.

Fortunatus, beurs van, I, 64.

Fouché, Joseph, portret van, III, 233; te Lyon als Commissaris der Conventie, zijne wreedheden aldaar, III, 235 ; zijne verdere lotsevallen, 235.

Foulon, Joseph Franpois, in flen zevenjarigen oorlog, intendant van financien, werkt ten behoeve van Calonne, I, 99, 100 ; bijnaam vat, 121; roofzucht van, 207; portret van, 211; minister, uitdrukking van, 213; heet gestorven te zijn, 251; wordt opgehangen, 254—256, (plaat) 255.

Fouquier-Tin ville, Antoine Quentin, melding gemaakt van, II, 29; procureur-generaal van het tribunal révolutionnaire, III, 148; portret van; 118; bij het proces der Koningin, 209; bij het proces der Girondijnen, 214; brutaal bij het verhoor van madame Roland, 227 ; bij het verhoor van Danton, 278, 279; en het Comité de salut public, 279; zijne complotten in de gevangenissen, 279, 297; zijne fourneés. 281; de gevangenissen onder, 296—298; bij het verhoor van madamo Elisabeth, 284; bij het verhoor van Robespierre, 309; voor de revolutionnaire rechtbank, 335; zijne laatste oogenblikken, 336.

Fournier, Claude, zijn bijnaam, levensloop, II, 30; en de gevangenen van Orleans, III, 44.

Fourqueux, een tijdlang controleur, I, 107.

Foy, café de, rumoerig, I, 284; plaat van de motionneurs in het, 286; eene vrouw voert het woord in het, 299.

Franpois, Rémi, bakker, opgehangen, II, 24; (plaat) 24.

Franklin, Benjamin, portret van, I, 67; levensloop van, te Parijs, 69: contra Mesmer, 85 ; zijn buste bij de Jacobijnen, II, 248.

Frankrijk, helpt Amerika, I, 69; in den winter van 1787, 125; in 1788, 127, 137; hagelstorm in, 138; koude winter, 153; voorde verkiezingen, hagelslag, 155; algeheele omverwerping in, 272; rijke oogst in, 272: ellende in, 273, 274; oproer in, 274, 275; Young over het volk en den toestand in, 274, 275; nieuwe indeeling van, II. 14; détails dier indeeling, 15; vlucht, 170; petities tegen het Koningschap, 192; Europa spant samen tegen, 234; ellendige toestand in, 240; de lente van 1792 in, 241 ; sectiën en primaire vergaderingen permanent in, 2*6; in den herfst van 1792, III, 5, 6; sansculottisch, 70; oorlogsverklaring van, 121; communes van, 189; coalitie tegen, 197; levée en masse; 201; aantal gevangenissen in 1793 in, 232; één comité van genade, 313; na de revolutie, 357—359.

Frans II, portret van, II, 254.

Frans Stepbanus, hertog van Lotharingen, II, 98.

Fredegonde, hare gruwelen, I, 17.

F red er ik I, koning van Pruisen, het praatje over, I, 331.

Frederik II, maakt epigrammen, I, 32.

Fréron, Louis Stanislas, journalist, II, 38; Voltaire's zinspeling op den vader van, 38; en het tribunal extraordinaire, III, 14 9; portret van, 147; commissaris der Conventie in het leger voor Toulon, 19S; over de vrijheid der Conventie, 301; afvallig, 316; en de Jeune?se dorée, 322.