is toegevoegd aan uw favorieten.

De Fransche Revolutie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fr ét eau de St-.Tust, Eraraanuël, melding van, spotwoord van Mirabeau over, I. 96; in de koninklijke zitting, portret van, 123; gearresteerd, 124; komt terug uit ballingschap, 126.

Frev. bankiers in de gevangenis, III, 152.

Frièdrich Wilhelm, portret van, II, 254.

F ronde, de, tijd van, oorzaak van het ontstaan van, I, 22, 25.

Fronsac, hertog de, en de pastoor van Versailles, I, 31.

Fructidor, l8d', III, 355; (plaat) 356.

G

Gabelle, de, I, 25.

Gache la, kwartiermeester van Dandoins, II,

17$.

Ga ia, I, 155.

Gallië, indeeling van, II, 113.

G allo is, J. A. G. in de Vendée, correspondent van het Institut de France, II, 225.

Gamain, slotenmaker, geeft onderwijs aan Lodewijk XVI, I, 50; en de ijzeren kast, III, 93; verhaal van Dulaure omtrent, 93; verzoekschrift van, 94, 95.

Garat, Dominique Joseph, minister van Justitie, portret van, III, 107; zijn uitroep, deelt den koning het vonnis mede, 110; (plaat) 110; zijn latere levensloop, 110.

Garde, constitutioneele, opgericht, II, 200; ontbonden, 243; departementale, (ten behoeve van de Nationale Conventie) voorstel tot het vormen eener, aangenomen en ingetrokken, III, 76; Franse li e, illustratie van een soldaat der, I, 131; en de oploop te Parijs, 144; bij het oproer in St-Antoine, 160—162; illustratie van de bevrijding van elf soldaten der, 201-; wil niet vuren, komt in het Palais-Boyal, 209; valt RoyalAllemand aan, 217; (plaat) 218; loopt tot het volk over, 225; bij het beleg der Bastille, 236; omgedoopt in centraal-grenadiers van de nationale garde, 245; laatste verschijning van de, II, 200; lijf-, soldaten van de, vechten op 6 October 1789, I, S24; vlucht in liet kasteel, 324, 325, en de Fransche garde, 327; nationale, oorsprong van de, I, 206; indeeling van do Parijsclie, 254; te Nancy, II, 95; platen van de vaandels der 6 di'visiën van de Parijsclie, 153, 155, 157; plaat van de uniformen der, 154; liet bataljon van het Observatoire der Parijsche, 156; dit ontslagen, 158; geen vaste bevelhebber over de Parijsche, 206; bataljon Filles-St-Tliomas van de Parijsche, bedorven, 260; maaltijd van dit bataljon, 293; dit op de vlucht gejaagd, 293; Santerre kommandant van de Parijsche, 301; Zwitsersche, illustratie van een soldaat der, I, 131; bij het oproer in St-Antoine, 160—162; soldaten van de, te Brest, II, 228; invrijheidstelling gevraagd van de veertig gearresteerde soldaten der, 249: de veertia: vrijgelaten, 255; onthaald, 256;

feest ter eere van de veertig, (plaat) 257; gedicht van Chénier op de veertig, 258; in de Tuilerieën, 303; geeft vuur, 304; ontvangt bevel op te houden, 308; wordt verstrooid, 308; moord op,

308; (plaat) 307; lofrede op, 309; monument ter gedachtenis van de gesneu>elde, (plaat) 309; in la Force, III- 32.

Garde-Meuble plaat van de, plundering der wapenen uit het, I, 224.

Gates, in den Amerikaanscnen vrijheidsoorlog,

I, 69.

Gazette, oorsprong van den naam, II, 40.

Gedeporteerden, Collot, Billaud, Barrère weggevoerd. (plaat) III, 333.

Geestelijkheid, de, don gratuit van, eischt Staten-Generaal, I, 138; inhoud van de cahiers der, 179; als bemiddelaarster tusschen de standen, 190, 194; vereenigt zic'i met den derden stand, 199- „constitution civile" van, de grondgedachte van deze „constitution," Ca mis' ontwerp over de „constitution", II, 15, geeft aanleiding tot scheuring, 17.

Ge ijs er, IJslandsche, I, 126.

Genlis, madame de, duc de Levis, I, 35; haar levensloop, als schrijfster, II, 36; opvoedster der jonge Orleans, haar dochter Pamela, 36; portret van, III, 135; over Orleans, 135, 136; en de prinses van Orleans naar Zwitserland, 152.

Gen o ve va, de heilige, de reliquiënkas van, nedergelaten, I, 35; verbrand, III, 245.^

Gensonné, Armand, lid der Législative, groot spreker, II, 210; portret van, 207; in de Vendée, 225; gearresteerd, III. 170.

Geoffrin, madame, geeft diners, I, 73.

Georgel, de abbé, I, 34.

Georget, bij het beleg der Bastille, I, 236.

Gérard, Père, portret van, oordeel van,

I, '77.

Gerle, dom Christophe, en de profetieën van Labrousse, II, 49; portret van, 49; en Catliérine Théot, III, 294.

Germinal, 12; het oproer van, III, 334; Pichegru en, 334.

Gerville, Cahier de, minister, II, 244.

Geschiedenis, de, definitie van, I, 41.

Gevangenissen, aantal te Parijs en in Frankrijk, III, 232; toestand der, 296—298; aantal gevangenen, 296; complotten in de, 296, 297; afroepen der veroordeelden, (plaat) 297; afscheid aan het traliehek, (plaat) 292, 293; vrijlating der verdachten uit de, 315; (plaat) 314.

Gibbon, Edward, bijnaam van, I, 73; en madame Necker, werk van, brief van, 74.

Gibraltar, belegerd, I, 73.

Giften, vaderlandslievende, I, 291; namen van de dames-artisten, die schonken, 291.

Gilbert, Nicolas Joseph Laurent, Sansculotte,

II, 124.

Gil li, Blanc, over de Marseillanen, II, 278.

Girondijnen, de, oorsprong van; den naam, II, 210; opmerking van Mignet over, III, 70, 71; hun wensch, hun spotnaam, 70; in de Nationale Conventie, 75; en Eobespierre, 78; en de Jacobijnen 89—92; en het proces des konitigs, 89, ]OS. 106—109; formule der, 125; en de Berg, 129—131; wapens der, 130; hun bijnaam, 130; plannen van, 131, 140; fe'déraliste, 131; op het punt gearresteerd te worden, 141; beschouwing